Dag 9 - 11: Colca canyon - Titicacameer

Onze laatste dag in de canyon gingen we naar de canyon zelf gaan. Een avontuur op zich, want de dag ervoor was de weg richting de canyon weggespoeld en was niemand kunnen gaan. De 2 canadezen die ons moesten vergezellen bleven uit schrik op hun hotel zitten. Maar wij, wij hadden al eens vastgezeten in een bus en vonden dat we er wel tegen zouden kunnen, wat we ook tegen kwamen. De weg was inderdaad weggespoeld, maar ze hadden hem al weer wat aangevuld met stenen en met de nodige moeite geraakte ons busje aan de overkant van de rivier die de oorzaak geweest was van deze grondverschuiving. De weg naar dan canyon was mooi, de vallei, de terrassen, ... De canyon zelf was een ander verhaal: hier komen de mensen naartoe om de condors te spotten, maar blijkbaar was het vandaag te slecht weer voor condors. Gelukkig was ik ook al blij bij het zien van een adelaar en een bergkonijn. Verder hing er een dikke mist in den canyon. Eerst zagen we helemaal niets en toen klaarde het enkele minuten op zodat we de overkant en de bodem van de canyon konden zien. Maar een mooi totaalbeeld kregen we niet. Voor mij was het mooiste aan de colca canyon toch wel de daaraan verbonden vallei. Ik denk dat wie de canyon wilt zien ook meer moet doen dan naar cruz del condor gaan, zoals wij deden, maar er een echte trekking van moeten maken.


Gisteren trokken we naar het Titicacameer, naar verluid het hoogste bevaarbare meer ter wereld. Het is alleszins immens. Eigenlijk hebben we maar een klein deeltje gezien. Onze eerste stop was op de Uroseilanden. Dit zijn eilanden gebouwd op een opeenstapeling van riet. Ook hun huizen zijn van riet. Enkel om te koken gebruiken ze een steen om het riet te beschermen tegen het vuur. Het was op zich nogal toeristisch: de vrouwen droegen overdreven gekleurde kleren en naast een maquette die de opbouw van het eiland uitlegde, waren er alleen maar winkeltjes te zien. Het deed me een beetje denken aan Bokrijk: mensen die een toneeltje spelen om het leven van destijds uit te beelden. En tenslotte: wij gaan allemaal eens graag naar bokrijk.

Onze tweede halte was meer het echte leven. Een eiland waar men nog leeft zonder auto en van de landbouw. Nuja, de mannen zouden vaak maanden naar het vaste land zijn om geld te gaan verdienen en daarna weer voor een paar maand terug komen om dan op het eiland te leven. Met dit geld kunnen ze dan hun huizen bouwen. Op dit eiland verbleven we in kleine groepjes bij gastgezinnen die primitieve maar acceptabele kamers verhuurden en voor het eten voor hun gasten zorgden voor een kleine bijdrage. De bedoeling was dat we bij de familie zaten als het eten gekookt werd en samen met hun aten, maar daar had onze familie niet zo veel zin in. Het eten was in tegenstelling tot wat je zou verwachten erg lekker en erg overvloedig. Alles wat we voorgeschoteld kregen was trouwens vegetarisch. Op het land eet men erg veel kip. Overal zie je polleria's en ook op de markten is het al kip dat de klok slaat. Maar hier blijkbaar niet. Ze hadden in de tuin wel wat schapen staan, voornamelijk voor de wol, maar ook soms om te eten. Ze breien hier echt van alles en altijd: je ziet een vrouw en je zoekt haar breinaalden.


Later op de middag doen we een wandelingetje naar één van de twee toppen van de bergen. Het eiland was op zich al wel erg vredig met zijn huisjes en stenen wandelpaden ertussen, maar nu kwam de ware charme boven. Bij de ondergaande zon ontdekten we de hoger gelegen terrassen en het geweldige uitzicht. Overal stenen muren met daartussen verschillende plantensoorten... heel erg mooi. Boven op de bergtoppen zijn de tempel van respectievelijk moeder- en vaderaarde. De weg erheen is geflankeerd door vrouwen die hun gebreien waren verkopen. De prijzen zijn hier steeds eerlijk en je moet maar zelden afdingen.

's Avonds kropen we vroeg onder onze 4 dekens (we moesten er minstens 3 hebben had de gids verteld), want hier op het eiland zonder maar 1 auto zouden we slapen als roosjes. We lagen nog maar goed onder de wol of het begon te regenen op ons golfplaten dak... en dit hield de hele nacht aan.

Vandaag bezochten we nog Taquile, een eiland dat op een uurtje varen lang van het eiland waarop we de nacht doorgebracht hadden: Amantani. Het was nogal in dezelfde trent en de regen bleef maar aanhouden dus het was een koude en natte bedoeling. Toen we op het hoofdplein aankwamen was het leeg, want ook de mensen hadden geen zin om bij deze regen buiten te komen. Net als op de andere eilanden hadden ook hier de mensen een typische klederdracht met onderscheid tussen singles en getrouwden. Verder eerst er ook een apart gemeenschapsleven op de eilanden: zo wordt van bovenaf bepaald in welke gezinnen er overnacht wordt en welke restaurants er wanneer open zijn. Het is de bedoeling dat zo iedereen een eerlijke kans heeft op inkomsten. Op Taquile is er zelfs 1 winkel waar ieders handwerk verkocht wordt. Op basis van het etiquette kan men dan zien aan welke familie het geld toebehoort.

Terug in Puno gingen we nog naar de markt om souvenirs te kopen. Als je door de straten wandelt wordt echt alles te koop aangeboden: noem het en er bestaat en winkel voor. Zo zijn er winkeltjes met schoolschriften, winkels waar je naamkaarten kan drukken, winkels met schildergrief, winkels met stoffen, ... Ja, winkelS. Er zijn er altijd meerderen en vaak zijn ze in elkaars buurt gelegen. Zo heb je straten met schoenwinkels, een coté met brillenwinkels, ... Ze hebben hier ook taartenwinkels waar je echt immense taarten kunt kopen voor maar weinig geld. Stiekem droom ik wel van zo een mega taart, maar gezien ik dat nooit ga op krijgen, heb ik besloten om het te houden bij een stukje in een van de gelegenheden waar je deze kan eten.


Verder is hier nog het 15-dagen durend feest voor Maria Lichtmis bezig. Wij zouden het carnaval noemen: 15 dagen lang gaan er van 7 uur 's ochtends tot 3 uur 's avonds stoeten door de straten van Puno. Geregeld hoor je een fanfare passeren en op alle tv's spelen de laatste shows. Deze avond gingen ook wij even naar de stoet kijken. De sfeer zat er goed in. Nu op de achtergrond hoor ik nog steeds fanfares spelen. Een jammer nadeel: ze kennen maar een liedje. :-)

Inne

Geen opmerkingen: