Mijn laatste week in Sowane is ingegaan. We gaan niet op weekend deze week, maar we gaan wel een dagje op het andere project werken. Verder zijn er in het weekend sportwedstrijden, aidstesten en tot slot een groot feest.
Ik heb trouwens nog niet verteld dat we elke week een thema hebben, waarover we praten (niet bewust natuurlijk). De eerste week was dit ‘diarree’ en ‘wie neemt de eerste immodium’. Na de eerste zieken en het bijhorende pilletje werd er overgeschakeld naar de ‘groepscrisis’. De theorie zegt namelijk dat er in de tweede week groepsspanningen zullen ontstaan. Deze vallen al bij al mee en nu we over de helft zijn, is het thema ‘eten’ geworden. We beginnen allemaal onze westerse lekkernijen te missen. We eten hier nogal eentonig en zonder extreme zoute en zoete smaken. Iedereen begint op te sommen waar hij naar erlangt en wat hij wil bij thuiskomst. Ik moet bekennen dat ik ook al een wens naar huis gestuurd heb.
Maandag is Francois afwezig. Hij moet om onze nieuwe bashes gaan. Hij zal in totaal 10 uur weg zijn om deze te kopen in de, naar eigen zeggen, enige tuinbouwwinkel van het land. Onder leiding van Mamadu gaan we de mango’s van het hen omringende onkruid bevrijden. Het is zo dat men deze mangobomen midden in het veld plant (Het is iets dat om maïs lijkt, maar het is het niet). De bomen worden door lage struiken omringd om ze te beschermen tegen dieren. Rond deze ‘omheining’ groeit om een of andere rede super veel onkruid en dit moet eruit. Je vraagt je af hoe vaak ze dit wieden, maar het is moeilijk te beoordelen, want alles groeit hier super snel. Vervolgens moeten we nog onkruid wieden in het schooltje: een saai en vervelend werk. We vragen ons vaak af waarom er geen mensen in het dorp zijn die deze routine taken doen. Die tuinen aanleggen is een eenmalige job en het is goed dat wij dat doen en financieren. Maar die andere werkjes lijken zo zinloos omdat ze keer op keer gedaan zouden moeten worden, ook als we er niet zijn en het volgens ons geen goed idee is dat wij dat nu doen.
Na een erg zwoele voormiddag begint het te regenen. Alles koelt af en iedereen verschuilt zich binnen. We zijn niet de enigen met een overdekt terras, maar wel de enigen die eronder blijven zitten. Sommigen verschuilen zich wel onder de bomen, maar eens het harder gaat regenen, gaan ook zei naar binnen. In de namiddag quizzen we met de kids. Desondanks hier wel een tv is, hebben ze amper algemene kennis. Zelfs over de wereldbeker voetbal weten ze amper iets. Ook de ronde dieren-herkennen gaat maar erg moeizaam. Ze kennen geen dieren, die ze niet in het dorp hebben. Verder herkennen ze ook niet onze ludieke getekende dieren. Het moet er echt uit zien zoals in de realiteit, want onze karikaturale tekeningen herkennen ze niet. Wereldvreemd… zo komt het over. We nemen ze vervolgens mee naar de voetbal waar Sowane speelt in de afgedankte truitjes van een Leuvense caféploeg.
Dinsdag ochtend sta ik op met een borrelende buik en buikpijn… diarree. Ik overloop het eten van de vorige dag op zoek naar de boosdoener, maar kan deze niet vinden. De zon schijnt ook al fel vanaf ’s ochtends (normaal klaart het pas op tegen half 10) en ik besluit in de schaduw te blijven, want uitdroging is een mijdbaar gevaar. De anderen werken met de nieuwe bashes de twee resterende perken af. Een van de meisjes wilt een dagje ramadan houden. ’s Ochtends is ze wel niet tijdig opgestaan, dus ze heeft niet kunnen ontbijten, noch drinken. Rustig aan doen dus, zoals de echte Islamieten hier. Maar door de warmte is de dorst natuurlijk ondraaglijk. ’s Middags zwicht ze onder de druk van de groep toch om 1 keer te drinken. Wist je trouwens dat je mond spoelen met water wel is toegestaan in de ramadan? Je moet het water daarna gewoon uitspuwen. Een douche nemen mag trouwens ook.
In de namiddag krijgen we weer een enorme regenbui over ons heen. Ook onder ons afdakje zitten we niet meer droog en het water stroomt over de grond. Wanneer het 4 uur is, besluiten we te wachten tot het mindert eer we naar het schooltje gaan om met onze kids te spelen. Ze zullen toch ook zelf niet buiten komen met deze regen. Wanneer het mindert vertrekken we toch. Overal staan immense plassen en we zijn behoorlijk nat na die amper 200 meter. Er zijn maar 5 kinderen, die allemaal hun natte t-shirt uit doen. We zetten ons in een klaslokaal om te knutselen. Deze lokalen zijn enorm klein. Ik denk geen 15 m². Een meisje vertelde me dat ze met 27 in de klas zitten. Er staan kleine tafeltjes met ongeveer dubbel zo veel stoelen. Ze zitten dus met 2 op de plek voor 1. Nuja er zijn verhalen van scholen zonder banken, dus misschien is het hier nog niet zo slecht. In Sowane gaat trouwens iedereen naar school (lager onderwijs). Dit wordt bewerkstelligd door de kinderen zelf te motiveren om naar school te gaan. Zo krijgen ze om 13u (na de lessen) een maaltijd voorgeschoteld met veel groenten. De bedoeling is enerzijds om de kinderen gevarieerder te laten eten, anderzijds om ze warm te maken voor dingen zoals groenten, zodat ze er thuis ook achter zouden vragen en zo hun houders kunnen aanzetten om voor hen groenten te kopen. Er is ook een speeltuin (een waar feest voor de kinderen hier die amper speelgoed hebben) tussen de muren van de school. Dit alles om te verkrijgen dat ze zelf naar school willen en bij hun ouders zullen zagen tot ze mogen. Masse zegt: kinderen zijn enorm sterk als ze iets willen. Verder kost het 0,25 euro per dag om naar school te gaan. Schoolgrief is hierin inbegrepen. Alle kinderen van Sowane gaan naar eigen zeggen naar school en na 13 uur hebben ze nog genoeg tijd om te helpen, bezig te zijn met godsdienst, …
Het wordt alsmaar droger en de kindjes komen langzaam maar zeker binnen gesijpeld. Zo gaat dat in Afrika.
Het ramadanmeisje haalt de avond zonder eten. De gebeden op de radio kondigen het einde van een voedselloze dag aan.
Woensdag zaaien we onze zelf aangelegde tuin. Er is nog geen omheining om de dieren buiten te houden. Masse wilt dat er toch al gezaaid wordt. Tegen Francois zijn zin, maar Masse is de baas. Morgen komen ze de omheining zetten. Vandaag kwamen ze daar al voor opmeten. Ik weet niet waar ik me aan moet verwachten. Ook moeten er stokken gehaald worden. We gaan namelijk vrijdag een nieuwe tuin aanleggen in het dorp van de andere vrijwilligers. Francois is niet zeker of er hier ook ecalyptusstruiken zullen zijn, dus nemen we ze mee van hier. We eten trouwens pas om 10 uur ontbijt. Het blijft een probleem om ’s ochtends brood te vinden. Vandaag neemt het Afrikaanse proporties aan, maar lekker westers beginnen we dan toch maar te werken voor het ontbijt. Gelukkig maar, want om half 11 begint het ineens te stormen: hevige regenbuien en enorme wind. De Senegalezen halen hun trui en regenjas boven: het is ‘koud’. Mijn groepsgenoten doen mee, maar dat vind ik overdreven: het is denk ik amper onder de 25 graden.
Het is trouwens weer een stroom- en waterloze dag. Het is nu 8 uur ’s avonds en er is al geen water meer sinds 10 uur deze ochtend. Geen stromend water althans, want uit de put kunnen we nog steeds water gaan halen. Het gaat alleen heel traag bij ons ‘toebabs’. Ze lachen ons wat uit, mar helpen ons wel. Dan besef je pas hoeveel water we gebruiken als we het toilet doorspoelen.
Maandag tijdens het wassen, hebben we Mamadu overtuigd om ons te helpen. De andere mannen die bij ons zitten, lachten zich een breuk. Dat is echt het man-vrouw rollenpatroon hier. Ze willen dan ook niet geloven dat mijn papa ook kuist thuis en dat mijn vriendje beter kookt dan mij. Hun beeld van Europa strookt ook zo hard niet met de realiteit. Dat wij van 8 tot 5 op ons werk zijn, bijna ons hele leven binnen leven en we op sociaal vlak vaak gas terug nemen, zij het door mentaliteit, zij het door onze 101 andere bezigheden. Het leven is bij ons gemakkelijk, want wij hebben een machine die onze was doet. Dat de westerse vrouw gewoon niet de hele tijd thuis is om te wassen, willen ze niet geloven.
’s Avonds krijgen we couscous en maniok. Echt eten van hier. Althans ze eten hier couscous met pindasaus en soms vis. De maniok is lekker. Het ziet eruit als een wortel, maar het proeft zoeter. De couscous vond ik niet lekker. Het smaakte een beetje bedorven. Ik medelijden met de Senegalezen die dit 3 keer per dag eten. Hun huizen stinken er ook naar. Maar het groeit gemakkelijk en overal, dus dat is wat ze eten. Het is niet te vergelijken met de couscous die wij kennen: het smaakt anders, het zijn veel kleinere korrels en het heeft een grauwe aardeachtige kleur.
Sil is bij Francois uitgenodigd om in zijn dorp de nacht door te brengen. We houden een gezellig onderonsje met de vrouwen. Nu het halve maan is, is het al meteen een pak minder donker.
Donderdag ochtend is er nog steeds geen water. We gaan dan maar uit de put water halen, want we willen ons wassen. Ook het brood laat op zich wachten. Blijkbaar moet het te voet 4 km verder gehaald worden. Wanneer ze geen brommer kan vinden, is Dégène dus 2 uur onderweg om ons ontbijt te halen. Het is alweer mijn laatste werkdag in Sowane. Het doet raar, want ik heb het gevoel dat we zo weinig gedaan hebben. Want welke goede intenties ook, je wordt onderworpen aan de Afrikaanse efficiëntie: we zijn afhankelijk voor materiaal, planning en budget van de mensen die ons begeleiden. Zo kunnen we nu niet verder omdat Masse nog niet beslist heeft waar de volgende tuin moet komen. De dagen gaan vooruit en onkruid wieden geeft nu eenmaal niet veel voldoening. Ik mag nog mee met Francois om nog wat te herzaaien. De mensen zijn onvoldoende gemotiveerd en de planten gaan dood. We planten ook nog aubergines. Deze worden eerst in een bak gezaaid en dan overgeplant. Deze kunnen gewoon in het zand naast de tropische moestuin. We doen ook nog het onkruid uit naast de nieuwe moestuin. De omheining komt morgen (dat zeiden ze gisteren ook al). We gaan ook nog naar de tuin van Gora (de broer van Masse) kijken. Sinds hij geitenmest gebruikt, doet zijn tuin het goed en verdient hij behoorlijk wat geld met tomaten te verkopen in de stad. In het dorp zelf is er echter geen interesse voor. Men probeert de andere bewoners van Sowane ervan te overtuigen dat ze ook tomaten moeten planten omdat men hier goed geld mee kan verdienen. Gora is ook nog leraar in een school in Fatick, dus moet hij tijdens het jaar om 4 uur ’s ochtends opstaan om voor zijn tuin te zorgen. Daar is menig Afrikaan natuurlijk niet klaar voor. De eerste tomaten zijn al rood. Francois zegt wel dat de grond sneller zal verarmen dan die van de tropische moestuin (hier duurt het 15 jaar) en dat de mangobomen al het water van de planten pikken. Maar blijkbaar valt er ook met deze vruchten veel geld te verdienen. Als ik het goed begrepen heb, kan je ook je boom verkopen eens hij vruchten heeft.
In de namiddag skip ik de kinderen om met Dégène mee te koken, want jawel, ze begint al om 4 uur aan het eten voor 8 uur ’s avdons. De meeste mensen koken op een houtvuur tussen wat stenen op hun erf, maar zij heeft een gasvuur en 1 pot. Eerst wordt de vis gebakken: kop en staart, niets wordt er weggegooid, behalve de ingewanden. Ondertussen mag ik de groenten snijden: wortelen, aubergines, kool, zoete aardappel en gewone aardappel. Het klinkt inderdaad veel, maar de porties zijn klein. Het mes is ook enorm bot. Wanneer later de zus het mes komt halen om het eten voor de familie klaar te maken zie ik haar het scherpen aan een steen… De groenten moeten in een emmer water, want er zitten enorm veel vliegen. Er wordt een product tegen de bacteriën in gegoten. Na het bakken van de vis, worden de ajuinen in hetzelfde vet gestoofd en wordt er water en kruiden aan toe gevoegd. Uiteindelijk zullen de groenten meer dan een uur koken! De rijst wordt in een kalebas (een soort van mega harde schil in bolvorm) gedaan. Vervolgens begint een missionarissenwerkje: in de rijst zitten allemaal zwarte zaadjes en deze moeten eruit. ‘Niet goed voor de maag van toebabs’ naar verluid. Daarna wordt de rijst meerdere malen gewassen om al het vuil er van tussenuit te halen. Vervolgens wordt hij in een soort van vergiet gedaan en boven de kokende groenten gezet. Ze stomen hun rijst dus. Ik moet vertrekken naar de markt van Fatick, we gaan stof kopen en koekjes.
Hoewel Fatick de stad van ons dorp is, zijn we er nog niet geweest. Het is er gezellig druk. Net als in Koalack is de markt hier overdekt. De kraampjes zijn groter, de grond al even smerig. Ze zijn hier niet echt toebabs gewoon: vele staren, veel vies kijken en niet zo veel bedelen. Vriendelijk is hier niet echt het codewoord. Als we de prijs vragen kijken ze ons aan met een blik van ‘wat moet je nu weer weten?’. Vervolgens kijkt ze voort naar haar kleine televisie zonder enige interesse in wat we zullen kiezen. Wanneer we maar een halve stof nodig hebben, snijdt ze dit stuk heel verveeld af. Ze hebben allemaal wel iets nukkigs en onbeleefd over zich, die Afrikaanse vrouwen. Ze mogen dan wel doen wat de mannen hun vragen, het is nooit met een glimlach. Het is alsof ze hun trots zo proberen te bewaren. Vervolgens gaan we naar de westerse winkel: koekjes, melk, chips, koffie, … en zelfs de ketchup, mayonaise, kaas en choco die wij bij ons brood eten. Voor 2 potten choco, 2 doosjes la vache kiri, 4 potten ketchup, 2 potten mayonaise en 4 blikken fruitsla betalen we 50 euro. Zot gewoonweg! Ik vraag me af wat de mensen hier bij hun brood eten en of het wel echt nodig is ons zulke dingen voor te schotelen. Dit is gewoon niet Afrika. Het is wel jammer dat we zelfs niet het echte Afrika beleven. Dat je dit soort eten niet krijgt op hotel of op restaurant, dat is bijna vanzelfsprekend. Maar dat ook wij op inleefreis op een afstand van de realiteit gehouden worden is jammer. Geen wonder dat de zwarten onze woonplaats hier spottend ‘het hotel’ noemen.
Vrijdag ochtend moeten we vroeg opstaan om te vertrekken naar Ndiebel. We gaan daar 2 tuinen aanleggen: 1 in de school, 1 bij een gezin. Zonder eten vertrekken we met het busje. Niet veel verder stoppen we om de voorband te laten oppompen. Dit hadden we gisteren ook al gedaan… We eten brood onderweg en proberen een alternatieve route. Masse wilt nog tanken, maar het tankstation zit zonder benzine. Over tal van kleine landweggetjes, door massa’s plassen en met het wel 100 keer vragen leggen we de weg af. Het is super mooi, maar wel spannend met die lekke band en de naft die bijna op is. We zijn ‘in the middle of nowhere’ en het is niet echt dat Masse de weg kent. Maar een flinke lading modder later, zijn we er dan toch. Met 14 man vliegen we er stevig in en na amper 3 uur werken zij de 2 perken voor de school klaar om te zaaien? De bouwvakkers hebben met veel interesse toegekeken, want zoiets hadden ze nog niet gezien.
’s Middags eten we nog eens aan hoge tafels, nog zoiets heel basis dat ik hier mis. Ze hebben hier dan ook bijna geen meubilair behalve bedden. Hier en daar een laag houten bankje en grote rieen banken onder een houten afdak in de tuin. Wij hebben plastiek stoelen en kleine lage tafeltjes en dat is dus luxe. ’s Middags wandelen we wat rond in Ndiebel dat meer een stadje is dan Sowane: winkeltjes, een marktplaats, een bakker, … Er wandelen wel 30 kinderen met ons mee. Alleen willen zen een pink, lukt dit niet omdat je iets vast hebt, dan pakken ze je pols vast. Er zijn 2 jongens die lekker cliché met een stok een wiel voortduwen. Er is ook een jongen die een met ijzerdraad geknutselde auto voortduwt. We mogen binnen gaan bij de bakker: een stenen hut met een golfplaten dak en een steenoven. Het is er dus super heet en ze bakken er de hele dag brood. Ook gaan we langs in het ziekenhuis. Hier mogen we alles zien tot de patiënt toe die in 1 van de 3 ziekenbedden ligt. Er is wel een dokterskamer, maar geen dokter. De 3 verpleegsters liggen tam op een bed. Er is ook een materniteit waar 2 vrouwen met hun pasgeboren baby liggen. De couveuse is een bedje met 3 lampen boven. Behalve een bevallingstafel valt er niet veel te zien in de verloskamer. Amper materiaal voor ontsmetten, reanimatie, … Een ziekenhuis met 6 bedden en 3 verpleegsters. Soms denk ik dat ze beter voor het geld van een gebouw een taxi met chauffeur zouden inzetten die vanuit elk dorp naar een centraal ziekenhuis zou rijden dat dan een betere uitrusting kan hebben dan al die kleine ziekenhuizen in alle dorpen die amper zorgen kunnen bieden. De taxi zou gratis zijn en er kan familie mee. Urgente dingen kunnen ze sowieso niet in de kleine ziekenhuizen behandelen. Op zich kunnen ze het dan met minder personeel stellen. Ik weet ook dat het nadelen heeft, maar ik heb niet het idee dat ze hier nu mensen kunnen verzorgen.
In de namiddag leggen we nog een tuin aan bij een familie. De bedoeling is om de mensen van het dorp te laten kennismaken met de tropische moestuin en hun volgend jaar tuinen op microkrediet aan te bieden. Er staan zeker 4 mannen en vrouwen en 20 kinderen te kijken hoe 14 toebabs in een recordtempo een tuin aanleggen. Het is trouwens bloedheet, want het is half 3 in de namiddag. Anderhalf uur later zijn de 2 perken af. Het begint te regenen.
We rijden nog door naar Kaolack om geld af te halen. Masse laat dan ondertussen toch maar de band vervangen. Op straat komen we een man tegen die zijn onderbenen verloren heeft. In plaats van met 2 krukken te lopen of met een prothese, kruipt hij op handen en voeten over de grond en steekt zo de straat over. Hij komt niet bedelen, maar vervolgt gewoon zijn pad. Je zou hem zo iets toestoppen, maar wat zal het helpen? Een prothese heeft deze man nodig en de moed om weer te lopen. Sommigen doen zo weinig moeite om hun welvaart te vergroten, anderen vallen zo grandioos naast de maatschappij dat het pijnlijk is. In de auto naar huis genieten we van een zalige zonsondergang. De lucht is hier 100 keer mooier dan bij ons. Niet als de zon schijnt, maar wel als er wolken zijn. De lucht heeft hier veel meer kleurschakeringen en types wolken. Het klinkt misschien absurd, maar het is een van de mooiste dingen die ik hier in Afrika gezien heb. We starten een gezellig weekend met de technische ploeg die op hun beurt versteld staan van onze luxe: stoelen…
Dit weekend is het cultureel weekend in Sowane. Er is vanalles georganiseerd. Zaterdag ochtend was er hardlopen, hoogspringen en verspringen. Allemaal voor de 18+ jongens. Vrouwen (ik had er nog nooit zo veel gezien) en kinderen komen kijken op het dorpsplein waar alles plaatsvindt. De rest van het dorp is verdacht rustig. Lopen op blote voeten, springen over 1m70 zonder enige matras of techniek, … Afrikanen zijn fysiek p alle vlakken zo’n immens sterke mensen, dat ze er respect mee afdwingen. Wij ‘toebabs’ hebben stiekem wel schrik dat hen iets zal overkomen. Ook tal van baby’s komen voor de gelegenheid, gedragen in doeken op de rug, op straat. Ik krijg eentje op mijn schoot gezet door een meisje van 9. Dat zulke jonge kinderen met hun broertje of zusje rondlopen, ben ik al weer helemaal gewoon. Het kindje zelf is behoorlijk kranig en hartverwarmend. Hoe ouder ze worden des te minder schattig ze zijn.
Na de sportwedstrijden worden er AIDS-testen afgenomen. In totaal krijgen 18 mensen deze test, vooral jonge mannen passeren de revue. Een verpleger prikt bloed uit de vinger en druppelt deze op een plaatje. Na enkele minuten weet men het resultaat. De 4 die ik zag waren gelukkig allemaal negatief. De hygiënische maatregelen waren minder: geen handschoene, geen handontsmetting tussen de verschillende patiënten, … Wie al 2 keer getest is, mocht niet meer. Als ik sommige mensen zie, vraag ik me af of ze wel een notie hebben van de besmettingswijze en de risico’s. Want sommigen hebben heus geen test nodig.
In de namiddag wordt er wat geluilekkerd. Om half 5 is het de voetbalfinale, maar de toebabs zitten daar natuurlik voor pietsnot. De Afrikanen zelf zijn een uur te laat. Sowane wint met penalty’s.
’s Avonds houden we een BBQ. Niet op een vuurtje ofzo, maar op een echte metalen BBQ met rooster. Zeer gezellig, maar voor de veiligheid hadden ze het vlees al gebakken op voorhand. Het was weer eten met de handen? Vet, pezen, … worden door ons aan de kant gelegd. Later op de avond eten de zwartjes met plezier onze restjes op. Hier eten ze zelfs de botjes. Wij voelen ons weer slecht, omdat zij onze restjes opeten. Zij daar en tegen genieten gewoon van het feestmaal. Om het feest compleet te maken trakteert Masse hen op een blikje frisdrank, iets dat wij voor 60 cent uit de koelkast halen. Soms vragen ze ons ’s avonds of ze ook eentje mogen. Als wij dan zeggen dat het 400 CFA kost, zeggen ze dat het maar een grapje is.
Na een dag zonder regen, breekt er ’s nachts weer een hevige storm uit. ’s Ochtends is alles nat, zij er tal van omheiningen omgewaaid en is de weg versperd met omgevallen bomen. Ook van elektriciteit valt er weer even niets te bespeuren.
Ook zondag gaat het cultureel weekend verder. ’s Ochtends is er een conferentie over educatie. Het is de bedoeling dat ouders en leerlingen aanwezig zijn om hen het nut van onderwijs nog eens uit te leggen. Het begint weeral goed (of is ‘op zijn Afrikaans’ de juiste bewoording?). Alleszins, Sil moet ’s ochtends rijden om de muziekinstallatie te halen. Door de regen echter was er een boom omgewaaid op de weg. Toen hij erom heen wou rijden in het veld, kwam het busje vast te zitten. Na een telefoontje naar het dorp, kwamen een 10-tal mannen duwen. De conferentie zou om 9 beginnen, maar het materiaal was al te laat. Toen we om 10 uur arriveerden, moest nog een deel van de sprekers komen. Er werd muziek gedraaid en iedereen zat in een kring onder de bomen te wachten. Tegen iets voor 11 is iedereen er en kunnen we beginnen, war het niet dat de micro niet goed werkt. Het is een draadloze microfoon en de frequentie geraakt niet afgesteld (niet te vermelden dat Sil ’s ochtends naast de installatie ook de specialist van de installatie meegenomen had). Dus vertrekt een van de mannen per brommer naar een naburig dorp om de microfoon met draad te gaan halen. Om 11u30 kunnen we dan eindelijk beginnen. Het valt wel op dat er eigenlijk maar weinig ouders aanwezig zijn en de meeste kinderen te jong zijn om er veel van te begrijpen. Ook de inhoud is (in die mate dat hij vertaald wordt) teleurstellend. Er wordt veel gezeverd en weinig concreet gezegd. Weinigen lijken dan ook echt geboeid.
Brieven uit Senegal – Deel 6 (17/08/10)
Uit: Brieven aan Stijn – Deel 6
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten