Dag 1 + 2: Lima - Pisco


Peru, meer dan 10 000 km verder en 33 graden warmer kwamen we gisteren om 19u15 plaatselijke tijd aan in Lima. Hier werd ons geduld al meteen op de proef gesteld met een anderhalf uur durende rij aan de douane. Als brave Europeanen stonden we stilletjes te wachten, terwijl menig Peruaan de douanemannen begon uit te schelden. Toen we een man in onze buurt vragend aankeken, zei hij dat het dood normaal was dat een mens hiervan geƫnerveerd zou zijn en dat wij dat waarschijnlijk ook waren.

De tocht naar het hotel ging door mega straten met allemaal van die super-stores. Redelijk Amerikaans eigenlijk. Maar toen we het hotel naderden kwamen we dan toch in de meer huiselijke wijken terecht. Velen weliswaar ommuurd of omgeven door hekken. Achter deze muur zochten wij spoedig ons bedje op voor een gevecht met de jetlag.

Deze ochtend was onze eerste echte confrontatie met Peru: een bezoekje aan de markt voor eten en een telefoonkaart. Ze spreken hier vrijwel geen engels en mijn "poco castellano" mocht niet baten. Ze doen trouwens ook niet erg hun best om wat trager te praten ofzo. Maar goed, we vonden een telefoonkaart. Helaas verkocht de man geen belkrediet. Waar dan wel? In de "farmacia". Euhm ... dat hadden we beslist fout begrepen, een apotheek die belwaarde verkoopt? Omdat ik toch vrij zeker was van wat ik verstaan had, gingen we het dan toch maar even vragen. En inderdaad, de apotheek verkoopt hier telefoonkaarten. We maakten ineens kennis met het systeem van winkelen hier in Peru: 1. Je meld wat je moet hebben en je krijgt een kaartje met een nummertje op. 2. je gaat met dit nummertje naar de kassa, je betaalt en krijgt een afgestempeld rekeningetje. 3. Je gaat terug naar die eerste persoon en laat dat rekeningetje zien en krijgt dan het gevraagde. Zo werkte het ongeveer ook bij de bakker, dus in plaats van de brooodjes te kunnen aanduiden, moesten we eerste de namen staan vanbuiten leren voor de toog, om ze vervolgens te gaan vertellen aan de kassa en dan ze alsnog aan te wijzen, omdat ze denken dat wij toeristen het misschien fout uitgelegd hebben.

Na de markt was er nog tijd voor een kort bezoekje aan de kust. Heel raar, maar hier worden de huizen bouwvalliger als je dichter bij de zee komt. Ook konden we het strand helemaal niet bereiken van waar we stonden. Het lag wel 50 meter lager en het lag vol stenen, afval en bergen zand, zo geschikt dat het duidelijk kunstmatig was. Het strand zag er dus alles behalve mooi uit en Stijn had de indruk dat de mensen er gewoon tussen de rotsblokken op het strand leefden. Alleszins geen plaats voor wandelingen of zwempartijtjes.


Tegen de middag moesten we de bus nemen. Dat leek me maar een saaie bedoeling, want we gingen met een luxe toeristenbus en daar zou niet veel op te beleven zijn. Maar dat was buiten de Peruaanse bussen gerekend. De Peruaanse bus waant zich namelijk een vliegtuig. De vertrekhal en het check-in punt zijn maar een begin. Ook een controle van de handbagage en een metaaldetector mochten niet ontbreken. Eens in de bus werd ons het personeel via de luidspreker voorgesteld. Na kort de route te hebben overlopen kwam er een 'belangrijke' boodschap. Eerst betrof het de veiligheidsregels: je moet je gordel omdoen en de bus mag maar 90 km per uur rijden. Daarna werd uitgelegd hoe je je zetel naar achter kon zetten, dat er dekens ter beschikking waren, waar de toiletten zich op de bus bevonden, dat we eten kregen, ze met drank en snacks rondkwamen, enz .... Het filmpje was best wel grappig voor een eerste keer. Alles werd tot in de details uitgelegd. Daarna kwamen ze nog controleren of je je gordel wel echt vast had en wanneer de bus tijdens de rit meer dan 90 km per uur reed, ging er een alarm af. Er was trouwens een schermpje vooraan in de bus, waarop continu de snelheid kon aflezen. Wat mij betreft allemaal een tikkeltje overdreven, maar best wel een belevenis.

Onderweg zagen we vooral veel woestijn en sloppenwijken. Langs de kant van de weg stonden overal van die mega reclame borden en alle sloppenwijken werden omringd door muren waarop eveneens reclame werd afgebeeld. Nuja, sloppenwijken. Het zijn huisjes opgebouwd uit kleine kubussen van ongeveer 3 op 3. Die kubussen worden naast elkaar geschikt en op elkaar. Ze zijn gewoon opgetrokken in snelbouwstenen en bedekt met een golfplaten dak. De tendens is duidelijk dat wanneer er meer geld is of misschien als iemand ook een woonplaats wilt er naast of erboven gebouwd wordt. Of dit nu echt sloppenwijken zijn, is moeilijk te zeggen, want half Peru lijkt in zoiets te wonen. Het ziet er alleszins niet aangenaam uit.


Deze nacht verblijven we in Pisco en hier ziet het er niet veel aangenamer uit. Volgens de gids heeft dit te maken met de zware aardbeving in 2007. Alle koloniale gebouwen zijn toen tegen de grond gegaan en in de plaats zijn er van die blokvormige huizen in snelbouwsteen gekomen. Behalve de Plaza de Armas zag het er allemaal nogal bedroevend uit. We besloten in een plaatselijk restaurantje de echte Peruaanse keuken te gaan proeven: als voorgerechtje aardappelen met een zachte saus en als hoofdgerecht rijst met een ongekende pompoenachtige groente en iets dat op een stuk geitenpoot leek. Als servies kregen we 2 vorken en 1 mes. Ja, voor ons 2. Blijkbaar is dat normaal hier. Het mes gaven we dan maar door.

Andere indrukken van vandaag zijn de 101 kippenkramen op de markt, waar je echt kip in alle maten en soorten kon kopen. Er hing zelfs een kip op waar je alle organen in kon bewonderen. Ieuw! Verder rijdt het hier vol met van die schattige 3-wieler taxi's. Deze zijn duidelijk goedkoper dan gewone taxi's en de Peruanen kruipen er vaak met wel 3-4 personen achterin. Vervolgens rijden de taxi's alsof ze mercedesbusjes zijn. Ik ben verbaasd dat ik er nog geen op haar zij heb zien liggen.

Inne

Geen opmerkingen: