Brieven uit Senegal - Deel 2 (05/08/2010)


Na 3 dagen in het dorp hebben we weer een beetje structuur in ons leven. We staan op om half 8, maar zijn dan al een tijdje wakker van de ezel die balkt, de haan die kraait en de vogels die fluiten. Echt zot hoeveel lawaai dieren hier wel niet maken of misschien hoe weinig geluid er verder is. We eten stokbrood met smeerkaas, confituur of choco. Er is Lipton-thee, oploskoffie en oplosmelk. Inderdaad, dat klinkt westers. Ik eet dan ook graag van deze risicoloze maaltijd. Een half stokbrood is hier blijkbaar de norm. Dat is althans wat de Senegalezen zelf eten. Ik kan vaak een heel stokbrood gebruiken. Mamadu (de persoon die helpt met de tuintjes en de animatie) wacht altijd braaf tot we gedaan hebben met eten om dan onze restjes op te eten. Puur een beetje zielig en steevast wordt er choco genomen.

Om 8u moeten we naar de tuintjes vertrekken. Maar gezien onze begeleider (die van een dorp van 3km verderop komt) altijd toch bijna en half uur te laat is... Als hij aankomt worden de spullen uit de berging (zonder dak) gehaald. We hebben 2 stuks van elk: spade, schop, riek, haksel,... en nog 2 andere waarvan ik de naam niet ken. Elke blanke dient iets te nemen en zonder zelf iets vast te houden, moeten we dan Francois en Mamadu volgen. We onderhouden de tropische moestuin. Er zijn drie tropische moestuinen in het dorp en hier moeten we onkruid wieden, hakselen en zien hoe het met de plantjes gaat. In plaats van de groep in 3 te verdelen en per 3 naar een moestuin te gaan, gaan we met zijn allen samen van moestuin tot moestuin. Over efficiëntie gesproken. Maar als het dit maar was. Er worden geen taken verdeeld. Francois begint gewoon en dan vragen we steeds of we kunnen helpen. De meeste moestuinen (die zich trouwens allen op het erf van mensen thuis bevinden) bestaan uit 3 of 4 perken. We doen hem dan na bij de 2 andere perken en wachten vervolgens tot hij aan het volgende begint. Meestal zijn er ook onvoldoende middelen mee om iedereen aan het werk te zetten. Niet omdat we deze niet hebben, maar wel omdat men ons altijd zegt maar 1 schop nodig te hebben. We hebben al wel geleerd om te vragen of we er niet meer nodig hebben, maar daar krijgen we dan steeds een negatief antwoord. De volgende stap is gewoon 1 extra meenemen denk ik. Verder hebben we enerzijds fruitbomen geplant in het veld( idd vreemd...), anderzijds bomen voor schaduw bij de mensen thuis. Aan de school staan er van die schaduwbomen van 2 jaar oud en die zijn al behoorlijk groot.
Het is fijn om bij de mensen bomen te planten, want zo zie je nog wat van het dorp. We komen bij de mensen thuis en zien hun erf, de vrouwen die koken, hun kinderen en dieren... Zo valt het bv op dat men best wel veel wast. Ze hangen dan alle kleren over de omheining. Ook de kindjes die we begeleiden hebben toch wel om de 3 dagen propere kleedjes aan. Dat hun kleren vol gaten zitten is idd een feit, maar dat ze zo vuil zijn, omdat ze niet wassen, is duidelijk een misinterpretatie. Het is gewoon zo zanderig dat echt alles vuil wordt En dat geldt niet alleen voor de afrikaantjes, zelfs na een douche voel ik me nog helemaal vol zand plakken. Echt overal vinden we zand terug. Op een gegeven moment komt er een vrouw binnen met een ton vis (op haar hoofd natuurlijk). Ik vraag van waar de vis komt. Van 9 km ver. Een stuk wordt te voet afgelegd, een ander deel per auto, althans als ze er in slagen een lift in orde te krijgen, anders is het de volledige weg te voet... De vrouw is blijkbaar vis gaan halen om te verkopen in het dorp en dan van huis tot huis te gaan. In dit huis wordt er hevig gediscussieerd. Er worden zure gezichten getrokken. De vrouw verkoopt uiteindelijk niets en druipt af samen met haar entourage die mee de prijs bediscussieert.


Tot slot hebben we ook al een irrigatiesysteem aangelegd. Klinkt moeilijker dan het is, want eigenlijk is het een kant-en-klaar-ineen-knutsel-kit. Deze bestaat uit een ton, een verdeelsysteem met tuinslangen en dan nog een druppel-irrigatie systeem. De ton staan op een verhoogje en dient iedere ochtend gevuld te worden. Er is ook een filter in aanwezig zodat het druppel-systeem niet verstopt geraakt. Soms moeten we ook helpen op de werf van de nieuwe kraamkliniek. Ze zijn hieraan begonnen in juli en willen het natuurlijk zo snel mogelijk afmaken. Dus vragen ze hier een beetje hulp voor. Persoonlijk verkies ik toch wel de plantjes. Zelfs met het bewolkte weer dat we gehad hebben, is het hier ontzettend warm.
Vaak komen op allerhande momenten jonge vrijwilligers werken op onze projecten. De jongens hebben namelijk vakantie tot oktober en verkiezen in het dorp te zijn. De meisjes gaan vaak in de stad om daar te werken in een gezin. Masse zegt dat dit is om geld te hebben om kleren te kopen.

's Middags krijgen we weer stokbrood. Wel niet altijd met beleg. Soms krijgen we groentjes (komkommer en tomaat), soms fruit (bananen en appelen) om bij ons brood te eten. Er is dan mayonaise en ketchup bij. Omdat een broodje ketchup zo zielig is, heb ik me dan toch maar met een bang hartje aan de komkommer en de tomaat gewaagd. Na een dagje diarree, heb ik me daarover toch maar bedacht. Een dieet van rijst en droog brood bracht al snel verbetering. Nu eet ik terug normaal, doch iets voorzichtiger.

Na het eten hebben we tot 4 uur de tijd. We schrijven, babbelen en zweten een beetje. Ook bespreken we wat we de namiddag gaan doen. Het is mega warm en we verschuilen ons dan ook meestal op ons overdekt terras. Om 4 uur gaan we dan naar de school. De eerste dag stormden alle kinderen naar ons en pakten ze ons vast. Geen handen meer over? Dan pakken ze je broek en je t-shirt vast. Een beetje overweldigend... Binnen begrijpen we wat er aan de hand is. Er staan meer dan 100 kinderen. Met luide stem zet Masse alvast een deel van de kinderen buiten. Wat hij zegt, weten we niet, maar ze druipen het teleurgesteld af en blijven aan de andere kant van de schoolpoort hoopvol wachten. Tevergeefs, ze krijgen geen kans. Uit de resterende groep, worden er namen afgeroepen. De spanning valt te snijden. De kinderen komen steeds dichter bij Abase staan in de hoop gekozen te worden. Abase geeft een sjot in hun richting. De kinderen deinen achteruit, wij zijn in shock. Maar dit is nu eenmaal de manier waarop ze met kinderen omgaan. Wanneer we zeggen dat de kleine kinderen ons spel verstoren, worden ze met een tak van een boom weggeveegd. Bij ons gaat het er niet in. Maar we weten niet goed wat er op te zeggen. In jullie ogen lijkt het misschien evident om iets te zeggen en dat is ook het eerste wat er in me op kwam. Maar iedereen slaagt zijn kinderen hier. En is dat het voornaamste wat we hen moeten leren? Verder moeten we hen te vriend houden. In totaal worden er 60 kinderen geselecteerd. Er schiet nog een deel over. Waarom sommigen niet en anderen wel? We weten het niet. Masse zegt dat ze de meest arme kinderen kiezen, maar voor ons is dat niet echt duidelijk. Het is moeilijk om te zien wie het armste is. Het valt wel op dat dezelfde gezinnen in aanmerking komen voor de bomen en de moestuin, als voor de kinderanimatie. Ik heb zo het idee dat de zin om zich te engageren ook mee telt. Ook broers en zusters van de oudere vrijwilligers worden geselecteerd.


We beginnen telkens met een kort toneeltje. De humor van de kindjes is wel afwijkend van wat we zouden verwachten. Om een of andere reden vinden ze het extreem grappig als de stoute heks de dorpsbewoners slaagt met een stok. De mentale pijn van de dorpsbewoner doet hen precies niets. Daarna zingen we een liedje dat we zelf verzonnen hebben (in het Frans). Vervolgens splitsen we in twee groepen. Wij (Sil, Marieke, Kelly en ik) hebben de oudsten. Hoe oud ze precies zijn, kunnen ze niet vertellen. Maar ik denk dat ze tussen 9 en 12 jaar oud zijn. Tot nu toe hebben we nog maar enkele hevige spelen gespeeld. Iets wat je hier héél letterlijk mag nemen. Ten eerste zijn ze enorm sterk, verder spelen ze veel heviger dan bij ons. Ze wenen of zagen niet bij een stootje. Sommige spelletjes begrijpen ze goed, andere minder. Tegen hun verlies kunnen ze niet. Met het feit dat iedereen wint, kunnen ze wel goed om. Ze klappen dan ook graag voor de verliezer. Doch zijn ze dit liever niet zelf. Daarom spelen ze ALTIJD vals. Zeggen dat dit niet mag, helpt niet. Voor ons komt het soms over alsof het spel faalt, maar ik denk dat dat voor hen niet zo is. Zelfs als ze laatste zijn met een opdracht, juichen ze toch als de opdracht volbracht is. Ze zijn dan ook bangelijk enthousiast. Alleen moeilijk tembaar… We sluiten om 6 uur af met een dansje. Als er elektriciteit is althans. We zouden nog langer mogen voort doen, maar na 2 uur zijn we echt uitgeteld, alsof ze al onze energie opzuigen.
Nog wat weetjes i.v.m. de kids: de jongens willen absoluut niet samen spelen met de meisjes. Het grootste deel zijn hier moslims en daar zal het waarschijnlijk wel mee te maken hebben. Als ze samen in een team zitten met een meisje, sluiten ze haar uit en spelen ze zonder haar. Ook worden sommige kindjes duidelijk gepest. Althans, als minderwaardig gezien. Ze spreken onderling steeds Wolof en we kunnen er dus niets van verstaan. Maar dat de scheldpartijen en de vernederingen soms niet mis zijn, valt meestal duidelijk te zien aan het gezichtje van het slachtoffert. Gezien we er niets van verstaan en de kindjes niet klikken en klagen zoals onze Vlaamse kindjes, kunnen we er weinig tegen doen. We kunnen het enkel voor hen opnemen, door hen te kiezen als vrijwilliger en er voor te zorgen dat ze ook aan bod komen.
De kindjes krijgen ook elke dag een vieruurtje. De eerste dag hadden we deze nicnac-achtige koekjes op een tafel gelegd en de kinderen in een rij voor de tafel gezet. Natuurlijk sloten zij, die al gekregen hadden, terug aan. Toen we dit door hadden, ontstond er chaos en begonnen ze ineens onze tafel te plunderen. Weer keken we ontzet toe. De volgende dag werden ze allemaal in een kring gezet en gingen we zelf rond met de koekjes. We moesten ze perfect tellen, want elk kindje telt zijn koekjes na. Sommige eten ze op, anderen bewaren ze voor later. Verder kunnen de kinderen ’s avonds maar moeilijk afscheid nemen. Terwijl wij uitgeteld zijn, willen zij alleen maar doorgaan. Overdag hangen ze namelijk vooral rond. Zo komen ze soms op ons muurtje zitten om gewoon wat te kijken naar de ‘toubabs’ (=blanke). Anderen moeten hun ouders helpen met water halen of iets weg te brengen. Enkele dagen geleden zagen we twee jongetjes van een jaar of 6 met een dood geitje lopen. Ze hadden het geitje bij de poten vast en gooiden het wat verder op een afvalberg. Ook zagen we meisjes die naar de werf kwamen om zand dat over was van de beerput te halen. Onder hen was een meisje van 3. Zij had een groot blik mee om op haar hoofd te zetten. Jong geleerd, is oud gedaan.

Niet te snappen trouwens dat die kinderen zomaar een emmer zand op hun hoofd vervoeren. Ik probeerde het onlangs met een ijzeren net om planten te beschermen tegen de geiten op het erf. Het was al zwaar om gewoon te dragen maar, maar ook op mijn hoofd hield ik het niet lang vol, wegens te zwaar en te pijnlijk. Veel vrouwen hebben echter een doekje op hun hoofd om het wat aangenamer te maken, maar lang niet allemaal.


's Avonds hebben we nog veel tijd over, die helaas altijd veel te snel voorbij gaat. Een doucheke, les Wolof (van de broer van Masse), gaan kijken naar de voetbal van de jongeren, een bezoekje aan de kerk, even bekomen van de namiddag, ... Tegen een uur of acht krijgen we eten. Dan is het hier al donker. We krijgen elke dag iets anders te eten. Frieten met ei en brood, rijst met veel ajuin en vis, erwtjes met vlees en brood en 1 keer het nationaal gerecht van Senegal. Dit laatste was een rijst schotel met twee soorten vis, kool, wortelen, zoete aardappel en aubergines. Op zich eigenlijk altijd wel lekker. Alleen moet men wel diarree krijgen als men niets anders te eten krijgt dan erwtjes en massa's ajuin. Soms eet ik dus een beetje selectief. :-)

Na het avond eten komen de Senegalezen van het dorp hun geluk beproeven. Maar met jou in gedachten, maken ze geen schijn van kans. Ik houd er ook niet zo van dat hele gedoe. Ik babbel graag om ervaringen uit te wisselen, maar ik word niet graag gezien als een ticket naar België. We horen natuurlijk al snel dat sommige van onze voorgangers wel hoop gegeven hebben. Loze hoop natuurlijk, maar dat beseffen ze niet. Verder hebben ze hier een zalige sterrenhemel, zeker in geval van stroompanne.

En dan gaan we slapen, want de volgende ochtend worden we al weer vroeg gewekt door het gebalk van de ezel!

Inne

Uit: Brieven aan Stijn - Deel 2

Geen opmerkingen: