Brieven uit Senegal - Deel 3 (09/08/2010)


Vrijdag ochtend zijn we op weekend vertrokken naar Gambia. Een beetje tegen de zin van Masse, want hij houdt niet van Gambia. Het zijn namelijk te grote afzetters. Waar of niet waar? Ik kan het je niet vertellen. Wel is het zo dat hij zich duidelijk beter op zijn gemak voelt bij de Senegalezen. Hij weet ook al waar het eten goed is en welke hotels ons korting geven. Maar wij (althans de grote monden van de groep) wouden naar Gambia, dus hij gaat mee.

We gaan eerst de technische ploeg oppikken ne rijden dan door richting Gambia. De weg is erg slecht. Er zijn boeren bezig de putten te vullen met zand en ze vragen geld aan het begin van de weg. Of het veel helpt betwijfel ik. Vaak rijden we gewoon op een zandpad naast de weg. We rijden trouwens in een busje dat bij ons 9 plaatsen zou kunnen kennen: 8 +1. Hier heeft men 2 extra rijen in het busje gezet, klapbankjes en ins er maar weinig beenruimte. 15 personen telt ons busje. Een gezellige drukte. Aan de grens worden we bestormd door verkopers met nootjes en drankjes. Masse laat ons in een gesloten busje achter, terwijl hij de douane regelt. Eerst de Senegalese, dan die van Gambia. Aan de boot, die ons naar de hoofdstad 'Banjul' moet brengen, laten we het busje achter: 'te duur'. We gaan even iets eten. We moeten meer dan een uur wachten op de belegde broodjes en de frieten. Deze laatsten waren besteld onder de noemer 'cheeze', maar 'chips' waren het resultaat. Door het lange wachten, moeten we ons nog haasten om de boot te halen. Daarom gaan we via de uitgang naar binnen. Dit mag natuurlijk niet en we worden tegen gehouden door een bewaker. De Gambiaan die ons begeleidt richting de boot, begint te onderhandelen. We mogen door. Masse geeft wat geld aan de man. Mijn maag draait weer. Het is fout om voor zoiets te betalen. Gewoon het feit dat je alles gedaan krijgt als je betaalt... Maar ook dat je moet betalen om iets gedaan te krijgen. Bij ons ga je via de uitgang niet naar binnen, punt. Misschien niet altijd even flexibel, maar ze proberen je niet steeds af te zetten. Om van het restaurant naar de boot te gaan, moeten we trouwens door smalle donkere, vuile, stinkende, drukke straatjes. Iedereen spreekt ons aan en kijkt vies. Typisch, maar niet echt gezellig.


Op de boot is het op zich nog relatief rustig. Het interessantste is een auto vol mensen die beneden in het laadruim staat. Hoeveel mensen er precies in zitten kunnen we niet zien, maar het is duidelijk dat hij vol zit. In plaats van naar buiten te komen, blijven ze 45 minuten in de auto zitten. Waarschijnlijk kan men ook enkel voor de auto betalen en niet voor een zitje, wanneer je in de auto blijft zitten. Als we aankomen is de situatie dezelfde: kleine, vuile, stinkende straatjes, maar wel veel kleurrijker. De straat is vol mensen en auto's. Zot! Maar we gaan eerst naar het hotel om te zwemmen. Daarna kunnen we een bezoekje brengen aan het plaatselijke internetcafé. Maar dit ligt natuurlijk ik panne. De dag ervoor lag blijkbaar ook het grootste Senegalese gsm-netwerk plat en nu ook de bankautomaten. Echt zot. Maar op zich kunnen we wel zonder. Alleen water is wel redelijk lastig. Geen internet dus. Op het avondeten moeten we weer meer dan een uur wachten. Gelukkig is er een kamp van de plaatselijke mutualiteit in het hotel. Ze hebben generale repetitie voor hun grote show de volgende avond. Het is verbazingwekkend wat die allemaal doen. Turnen, dansen, zingen, toneeltjes, … en allemaal 100 keer serieuzer dan bij ons. Het kan niet anders dan dat het rijkelui kindjes zijn. Ze komen van Dakar naar een chique hotel in Gambia op reis. Maar ze zijn leuk entertainment. Als wij om 10 uur gaan slapen, gaan zij eten. Ze maken nog tot laat in de nacht lawaai. ’s Ochtends staan ze om 6 uur al weer op. Gelukkig slaap ik erdoor.

’s Ochtends moeten we om half 9 de taxi nemen naar de stad. 12 zitplaatsen, 16 personen. Maar het lukt wel. Hier is dat niet speciaal. We geraken wel niet gestart. Spannend, want om 9 uur worden alle Gambiaanse wegen afgesloten. Ze willen namelijk kunnen kuisen om zo minder malaria te krijgen. Dit doen ze elke eerste zaterdag van de maand. We zitten op een half uur rijden van de stad. Dus we moeten er wel tijdig zijn, anders is het wachten tot 13u vooraleer we mogen vertrekken. Gelukkig helpen enkele mannen om de auto te duwen. Met enige vertraging vertrekken we dan toch. Iets verder worden we dan toch gestopt door de politie. De taxichauffeur zegt iets, dat we niet kunnen verstaan en we kunnen dan toch verder rijden. De wegen zijn leeg verder. We nemen een zandweg om andere politieposten te vermijden. Na even rijden komen we tenslotte in Banjul. We gaan de stad bezoeken en de taxichauffeur vergezelt ons. Hij kan toch niet weg voor 13 uur. De straten zijn doods. Alle winkels zijn dicht en van het gonzende stadsleven is niets meer over. Precies zoals in een rampenfilm, waar een vreselijke ziekte iedereen gedood heeft en er nog maar een enkeling rondloopt. Teleurstellend. Er zou nog een markt zijn die wel geopend is. Plots moeten we stoppen. Marie kan niet meer. ’s Nachts zijn meerdere mensen ziek geworden. De broodjes kip van de vorige dag worden als schuldige aangewezen. Zelfs Masse is ziek. Ik had ‘geluk’: ik voelde me niet zo goed de dag ervoor en had daarom ’s middags enkel cola willen drinken. Ik ben ondertussen weer beter. Maar de nieuwe zieken zijn slap en duizelig. We rusten wat op straat en lopen vervolgens rustig terug naar de boot. Gambia viel een beetje in het vuil. Maar er is ook niets open om onze zieken te droppen. Op de boot valt Marieke flauw, wanneer ze even recht staat. We lappen haar op met wat druivensuiker.

Aan de andere kant aangekomen, is het nog steeds geen 13 uur. We mogen dus niet vertrekken. De zieken worden in de auto gelegd. Een van de Gambianen die ons wat drank kon ver kopen, kan regelen dat we met de zieken mogen vertrekken. Na nog geen half uur worden we terug gestopt. Weer hetzelfde verhaal, wat geld en we mogen vertrekken. Ze komen wel eerst eens kijken hoe ziek we zijn. Niet veel verder worden we alweer tegen gehouden. Terug hetzelfde liedje. Nu wel zonder betalen. Het is super rustig op de weg, maar van het kuisen merken we niet veel. Ik vraag me af hoe ernstig ze dit nemen. 1 keer zien we een groep kuisen, waar een agent gij staat. Het zou naar het schijnt wel helpen, maar ze zijn zo gewoon om al het vuil overal achter te laten, dat ze het amper zien als vuil. Als we bv een boom planten, zit de wortel in een zwarte plastiek. De eerste keer hadden we alle plastiekjes bij gehouden, maar toen we vroegen waar we deze moesten laten, groef François een put op het vel d en stak ze in de grond. Opgeruimd staat netjes! Bij de volgende boom moesten we gewoon de plastiek naast de boom laten liggen. We doen dit dan ook, 10 bomen aan een stuk. Eigenlijk kan ik er niet bij dat ik het gedaan heb, als ik er nu aan terugdenk. Maar er is gewoon geen oplossing. Als we het verzamelen is er helemaal geen plek om het te leggen. In het dorp zijn er overal vuilnishopen. De mensen gooien de afval gewoon in hun achtertuin of aan de rand van het dorp. We zouden hier ook weer kunnen proberen iets aan te doen, maar waar te beginnen en er zijn zo veel andere dingen die moeten gebeuren… Voor jullie klinkt dat misschien stom, maar het is echt heel moeilijk om hier iets te bewegen.


’s Middags stoppen we op een zalige plaats. Masse zei dat we gingen eten in een gîte. Dit klonk niet erg spannend. We slagen een zandpad in en rijden de wildernis in. Om ons zien we termieten heuvels en jawel: apen! Iedereen wil ze natuurlijk op foto, maar dat is niet evident. Ze komen tot op 5 meter van het overdekt terras, maar eens ze ons zien bewegen, lopen ze weg. Ze kruipen in de bomen en springen van tak naar tak. Het is echt geweldig om te zien! In de namiddag rijden we naar Toubakouta. Hier logeren we en maken we een tocht op de mangroves. We zitten in een grote langwerpige houten boot, die behoorlijk kantelt bij elke beweging die we maken. De grote mangroves (denk: een rivier) vind ik maar niets, maar in de smallere (3m breed) mangroves komen we tot rust. Het is moeilijk te snappen hoe die planten daar komen en nog vreemder om te zien hoe er van de takken wortels tot in het water dalen. ’s Avonds tegen zonsondergang zoeken bepaalde vogelsoorten hun slaapplaats in de mangroves. We zien hoe ze een voor een neerstrijken op zoek naar een plek voor de nacht.

De volgende dag gaan we naar Kaolack. We eten in het huis van Masse. Het is een relatief groot en chique huis. Zoiets doet toch wel vragen rijzen: Van waar komt dit geld? Ondertussen weet ik dat hij ook oude auto’s opkoopt in België om ze vervolgens hier te verkopen. Dat zal ook wel wat geld opbrengen. Zelf komt Masse bijna nooit in zijn huis. Hij is getrouwd met een vrouw door een huwelijk dat zijn moeder geregeld heeft. Zelf wou hij niet trouwen. Hij is dan ook totaal niet blij met zijn huwelijk. Momenteel slaapt hij bijvoorbeeld afwisselend op een van beide projecten. In het weekend is hij met ons op reis. Weer zo iets dat moeilijk te snappen is. Masse zegt namelijk zelf dat de mentaliteit moet veranderen, dat de mensen harder moeten werken en dat ze minder kinderen moeten nemen. Maar zelf ondergaat hij een geregeld huwelijk en onttrekt hij er zich verder volledig aan. In Kaolack bezoeken we een overdekte markt. Het is een verzameling van kleine kraampjes van 1-2 m² waartussen smalle steegjes zijn van een meter breed. Ze verkopen er stoffen, kleren, kruiden, tassen, juwelen, haarspeldjes, … Er zijn ook tal van kleermakers. Behalve de stoffen is alles al vuil voor het verkocht wordt. We lopen snel door de markt heen. Jammer, maar ik denk dat de plek gezien wordt als gevaarlijk. In realiteit valt het wel mee. Voor pickpockets moet je natuurlijk op je hoede zijn, maar verder valt het zeker goed mee. Ze doen wel heel nors als je een foto wilt trekken. Trekken voor ze het doorhebben, is dus de boodschap! We bezoeken ook nog een toeristenmarkt met veel souvenirs. Delen door 3-4 zegt Masse. Hij geeft ook raad over de prijzen die we mogen betalen. Hij zegt dat het een goede prijs is, waaruit ik versta dat we nog meer betalen dan de reële Afrikaanse prijs. We zijn en blijven blank en Afrikanen zijn extreem koppig. Wanneer je bij chinezen weg gaat, dan verlagen ze hun prijs. Het is zelden dat we de prijs bereiken die Masse zegt. Ik weiger te veel te betalen en ga met lege handen weg. Jammer van het mooie houten sleutelhangertje in olifantenvorm. Maar u weze gewaarschuwd Afrika: ook ik kan koppig zijn!

In de namiddag zoeken we een internet café. Gemakkelijker gezegd dan gedaan, want het is zondag en bijna alles is dicht, behalve de markt. Dat had ik niet verwacht. Het zijn hier vooral islamieten en volgens Masse stoppen ze allemaal vrijdag middag met werken om naar de moskee te gaan. We moeten meer dan een half uur rijden eer we uiteindelijk een internet café vinden dat open is. De schermen en bakken passen niet bij elkaar, het internet is super traag en er zijn maar 3 computers. Alleen even de tijd om je mijn telefoonnummer door te mailen, om vervolgens terug het wilde Senegal in te duiken voor een nieuwe werkweek.


Inne
Uit: Brieven aan Stijn - Deel 3

Geen opmerkingen: