Dag 11: Lijiang (10/07/09)


Vandaag zwaaiden we het eens over een andere boeg en huurden een fiets. We gingen naar 2 dorpjes gaan op respectievelijk 4 en 7 kilometer van Lijiang. Eerst hadden we wat schrik om grandioos verloren te rijden in dit grote China land, maar nadat ons verzekerd werd, dat ze gemakkelijk te vinden waren, waagden we het er toch maar op.

Onze angst was niet ongegrond. Het duurde namelijk niet lang of we sloegen de foute weg in. Ons hier niet van gewaar, reden we nog een hele poos verder, tot we toch wel een heel eind afgedwaald waren. Een plannetje met de namen van de dorpjes in het chinees, hielp ons een heel eind verder. Toen we dan toch maar besloten dat we precies niet juist zaten, begonnen we de weg te vragen. Bij elk dorpje dachten we dat we er waren, waarna dat toch niet bleek te zijn. Maar eigenlijk helemaal niet erg. Zo ontdekten we voor het eerst sinds onze reis het chinese platteland: boeren op het veld (vaak met veel op een klein stukje), paarden en buffels, mensen in traditionele kleren, een niet toeristisch dorp. Het viel me op dat ze hun deuren zelfs hier toch nog kleurrijk versierden en dat er nergens winkels ofzo te zien waren. Waarschijnlijk onderhoudt iedereen zichzelf en ruilen ze wat nodig. Kleine dorpjes met niet meer dan 30 huizen, maar wel allen voorzien van een sportveld. Veel rokers, veel bakfietsen, authentiek materiaal om het veld te bewerken. Eigenlijk waan je je wel in Bokrijk. Maar dat is blijkbaar China.


Op onze dwaaltochten door de dorpjes, zagen we een pijl naar een tempel. Omdat we onze echte bestemming niet bepaald vonden, besloten we hier maar een kijkje te gaan nemen. Onze fiets moesten we achterlaten, want de pijl wees richting een steil pad omhoog. Tibetaanse vlaggetjes vergezelden ons een heel eind naar boven. Want op het eerste zicht was er helemaal geen tempel te zien. We wouden het al bijna opgeven (we hadden namelijk geen info over de tempel in dit onbekende dorp), toen er tussen de bomen toch een gebouw verscheen. Hier was een echte Tibetaans klooster (of toch wat je er bij voorstelt). We zagen zelfs een monnikje (jawel, hij was amper 12 jaar oud). Diep in de tempel konden we niet binnen treden, want we werden al snel weggejaagd. De Chinese medebezoekers, kregen duidelijk verdere toegang. We wisten niet juist wat de rede was, maar besloten het maar te respecteren. Alleszins was het een unieke ervaring, een tempel ver verscholen achter op een berg: het is wel wat je je voorstelt van het boeddhisme.

Later vonden we dan toch het eerste dorpje. Hier was het wel toeristischer en de moment om te eten (want daarvoor was absoluut geen gelegenheid in de vorige dorpjes die we aangedaan hadden). En zoals vaak is het kleinste en het goedkoopste het lekkerste. Eten met stokjes gaat wel onnoemelijk traag. Ik denk dan ook dat ik al een heel eind afgevallen ben sinds ik hier ben. Deels te wijten waarschijnlijk aan het feit dat ik in het begin 's middags geen honger had door de warmte en jet-lag verschijnselen. Deze eetlust is gelukkig teruggekeerd. Maar het eten gaat zo traag dat de porties die je in werkelijkheid binnen krijgt, echt ondermaats zijn. Ik probeer er op te letten, maar het blijft bedrieglijk.


Naar het tweede dorp reden we weer fout. Nuja, het leek allemaal dichter op de kaart dan het in werkelijkheid was en we dachten dus dat we al veel te ver waren en de afslag gemist. Wederom stond er ons een mooie verrassing te wachten: een hele grote grasvlakte, zo ver het oog maar kijken kan. We waren heen gefietst langs een eenrichtingsweg, die door bomen gescheiden was van de andere richting. Toen we dus besloten rechtsomkeer te maken, kwam deze vlakte ineens te voorschijn. Hierop veranderde ons plan en besloten we over de vlakte te gaan fietsen. Adembenemend. De vlakte was namelijk omringd door hoge bergen en op sommige toppen lag er zelfs sneeuw. Later besloten we dan toch nog op zoek te gaan naar het tweede dorpje. Dit was al een pak minder toeristisch dan het eerste. Ze verkochten nog wel ongeveer dezelfde voorwerpen, maar hier zagen zelfs de souvenirs er nogal vuil uit. Het normale leven was zichtbaar door het toerisme heen. Ook ontmoetten we dokter Ho. Een befaamde kruidendokter hier in China en ook verder in de wereld. Natuurlijk was hij wel enthousiast dat ik geneeskunde studeer, dat heeft hij namelijk ook ooit gedaan. Zeer vriendelijke man die ons in het Nederlands artikels over zichzelf liet lezen en ons thee serveerde. We mochten ook een kijkje nemen in zijn kruidenkamer, echt zot wat daar bijeen stond. En natuurlijk kregen we nog een zakje Health tea mee voor thuis en niet vergeten een bewijsje voor de douane om dit poeder mee te kunnen nemen. En hiervoor hadden we in principe niets hoeven te betalen, maar omdat het een vriendelijk man was en we ons daar toch geruime tijd goed geamuseerd hadden, gaven we hem een donatie, waarmee hij dan naar eigen zeggen arme patiënten kon genezen. Achja en anders was het gewoon een sponsoring voor zijn dagelijkse leven. Nog een pittig detail, deze kranige man was ondertussen al 86 geworden. Dus hoewel ik wat wantrouwig sta tegenover de geneeskundige krachten der kruiden, zouden ze misschien toch wel enig nut kunnen hebben.


Gisteren was trouwens mijn mail ineens weg. Hij ging dus ook over dag 10 zoals jullie waarschijnlijk wel opgemerkt hadden. Toen Anouck en ik gisteren op een terrasje zaten te eten, kwam er een man met een gitaar en een versterker aan de andere kant van het beekje staan en begon liedjes te zingen. Toen ze onze bestelling opnamen, meldde het meisje dat de mannen naast ons aan tafel een liedje aan ons wouden opdragen. Allez dan... Dus kwam de man over het brugje heen naar het terras en begon liedjes te zingen aan onze tafel. Daarna kwam een van de mannen met twee glazen en een fles drank naar ons toe om te toosten. Maar nu vonden we het wel welletjes. Dus gingen we er niet op in. De man is wel 5 minuten aan onze tafel blijven staan met geheven glas. Maar hard als we zijn, lieten we hem staan. Ik vrees een beetje dat we zijn eer gekrenkt hebben, want normaal mag je niet weigeren van oudere mensen in China. Maar ze waren al behoorlijk in de wind en we wouden rustig van ons eten genieten, dus zo ging het. Na 3 liedjes vertrok de man naar een andere tafel. Jawel, nadat er hem (door een van die mannen aan de tafel naast ons) 100 Y werd betaald. Ik kan zeggen dat wij hier elke 100 Y die niet naar toegangstickets en hotelkamers gaat eens omdraaien. Best veel geld dus. Daarna heeft de man die ons wou trakteren zich nog 10 minuten bezig gehouden een filmpje van ons te maken. Chinezen zijn toch maar rare snuiters.


Zoen!

Geen opmerkingen: