Dag 1
Deze week beginnen we met de moestuinen. Hiermee bedoel ik het maken van de nieuwe moestuinen. De eerste is voor naast de nieuwe kraamkliniek die nog in opbouw is. De bedoeling is om de patiënten groenten te geven. Verder zijn er mensen van het dorp die zich kanten tegen de tropische moestuinen en daarom heeft het dorpshoofd (de broer van Masse, die verkozen is) besloten om een soort van wedstrijd te doen. Wij maken een tropische tuin, hijzelf een traditionele. Daarna zal men zien welke tuin het meeste opbrengt. Een extra motivatie dus. We gaan eerst nog kijken naar de andere moestuinen van het dorp en de planten in de oudste tuin beginnen behoorlijk groot te worden. Tegen begin september verwachten ze de eerste groenten. De planten lijken hier sneller te groeien dan bij ons. François is wild enthousiast!
Naast de kraamkliniek ligt een braakliggend stuk grond vol onkruid. Dit moet eerst gewied worden. We krijgen hulp van een viertal jonge mannen. Als alle onkruid gewied is, wordt er een perceel afgezet van 1,2 meter breed en 10 meter lang. In dit perceel moeten we een gracht graven van 45 cm diep, die de binnenomtrek van het perceel beschrijft. Vooral de warmte is moordend. Vorige week was het bijna altijd bewolkt, maar nu is het veel zonniger. We werken dus op zijn Afrikaans: met véél pauzes in de schaduw! :- )
’s Middags doen we onze eerste was. De Afrikaanse kindjes komen een kijkje nemen en trekken de kleren uit onze handen: we doen het niet goed! Ze doen het voor, kijken eigenwijs en nemen het werkje over van de onwetende ‘toebabs’. Of het werkelijk beter is dan onze techniek weet ik zo niet. Ik had iets eerder mijn kleren gewassen op mama’s wijze en ik had het idee dat de mijne toch properder waren. Wel arbeidsintensief. We gaan ook langs de kleermaker om te horen hoeveel stof we nodig hebben voor een rok of een kleedje. De prijs kan hij ons niet zeggen en stof verkoopt hij ook niet. Ik twijfel nog of ik iets ga laten maken.
Omdat de kindjes nogal druk waren vorige week, beslissen we de groep in twee te splitsen. Ik knutsel, terwijl de anderen spelletjes spelen. Ze zijn heel rustig. Geen wonder, want ze hebben hier gewoon geen materiaal om te knutselen. Ons felgekleurd crêpepapier brengt ze dan ook onder de indruk. Ze zijn bij gevolg héél braaf en stukken minder kwistig dan onze eigen Vlaamse kindjes. Er is ook een Senegalese jongen die wilt helpen. Hij helpt wel liever de jongens dan de meisjes. Ze kennen hier geen scouts of zo en ik begeleid hem een beetje in zijn leidershouding. Maar gezien ze zelf nooit een voorbeeld gehad hebben, gaat dit erg stroef.
Dag 2
’s Ochtends trekken we met François richting de ‘brousse’. Dit is een verwilderd stukje land een halve kilometer buiten het dorp. Wat we gaan doen, weten we niet. Want François heeft niet de gewoonte dit uit te leggen. Eerst pikken we nog een mega kapmes op in één van de huizen. We gaan takken van de ecalyptusboom halen. Voor de omheining denken we. Met het kapmes worden de takken losgemaakt en ontdaan van de bladeren. Wij dienen om ze naar het dorp te dragen. Staan we daar weer mooi met 9… En zelfs om de takken te dragen zijn we met meer dan genoeg. De takken dienen uiteindelijk als rand voor de plastiek. In onze gracht van gisteren, steken we nu een dubbel geplooide plastiek van 45 cm breed. In de plooi komen de ecalyptustakken, deze laatste komen net boven de grond. Vervolgens moeten we het eiland tussen de grachten delven en het zand tegen de plastiek gooien, zodat deze blijft hangen. In het midden van het perk wordt zo een gracht gevormd. Hier worden eerst gedroogde takken gelegd en vervolgens het onkruid van de vorige dag. Dit laatste noemen ze ‘kompost’. Daarna mag de gracht weer dicht met het zand dat we gisteren uit de gracht gehaald hadden. Omdat de grond nu los ligt, kunnen we het bed wat ophogen. Vervolgens wordt het nog geharkt. Ons eerste per is ‘af’.
We beginnen aan een tweede. Hetzelfde stramien, 80 cm verder. Ineens een kreet: van onder de aarde is een mega kever tevoorschijn gekomen. Jij is gitzwart en wel 7 cm groot. Hij maakt grappige hobbelsprongetjes. Blijkbaar leven er hier heel wat dieren onder de grond. Het is dan ook niet de laatste. De bruine langwerpige soort maakt enorm veel lawaai als je hem wilt opscheppen. Helaas trekt hij zo de aandacht van de hagedissen hier. Deze zijn groter en dikker dan degene die wij kennen. Ze zijn vaak geel en blauw van kleur, maar soms ook groen zoals bij ons. De kever wordt hun middagmaal. François voelt zich schuldig, want het is zijn schuld dat de kever niet meer onder de grond zat.
Over het algemeen zijn ze hier absoluut niet zo dierenliefhebbend. Vorige week liepen er 3 geiten voorbij de werf toen we daar aan het helpen waren. Een man pakte wat stenen en gooide deze behoorlijk hard. Eentje was bijna raak. Wij sloegen een kreet van ontzetting, maar de omringende Senegalezen begrepen er niets van. Zijn wij soms vegetariërs? We hebben het sowieso al moeilijk met hoe de geiten hier behandeld worden. Veel gezinnen hebben wat geiten op hun erf. Op een uitzondering na stees magere beestjes. Elke ochtend worden ze door de kinderen naar het ‘veld’ buiten het dorp gebracht. Ze hengen dan vast aan een touw aan hun nek, terwijl ze voortgetrokken worden. Ze spartelen behoorlijk tegen, behalve de kleine geitjes, die volgen trouw hun moeder. Er wordt ook een halve waterfles over hun snuit gebonden, zodat ze onderweg niet van het ‘miel’ kunnen eten. Van dit miel wordt couscous gemaakt (door met twee beurtelings met een stevige houten knuppel in een pot te slaan. Zeer indrukwekkend om te zien). Eens ter plaatsen wordt de fles losgemaakt. Maar toch ziet het er pijnlijk en hinderlijk uit. Wat het doel is van deze geiten weten we niet. Niet voor melk of kaas, dat hebben ze ons al verteld. Voor vlees dan? Het moet bijna wel, want echt veel gezinnen hebben geiten. En het is vrij arbeidsintensief. Verder hebben ze ook (maar minder frequent en minder veel) ezels of paarden, die eveneens graat mager zijn. Geen wonder, want de mensen zelf hebben het hier al niet erg breed. Wellicht wel uit luiigheid, maar toch. De paarden en ezels zijn transportmiddelen: per kar of op de rug. Paard en kar zijn hier zoals bij ons de auto. Paarden worden bereden door jonge n oud, zonder zadel en soms met twee tegelijk. Ezels zijn vooral voorbehouden voor de kindjes. Verder zijn er nog eenden en kippen die alles eten wat ze kunnen vinden. Ze horen precies over en nergens thuis.
In de namiddag knutselen we met de andere helft van de groep. Daarna zingen we liedjes met de kindjes. Ze kennen hier een aantal Nederlandse nummers. Echt super grappig om te horen! “Schipper mag ik over varen”, “Napoleon”, “Ik zing een vrolijk lied”, … Hier heb ik “En de krokodil” aan proberen toe te voegen. Vooral de bewegingen vonden ze grappig.
Na de kids gaan we naar de voetbal. Er is namelijk een competitie tussen de naburige dorpen. Het veld ligt een kilometer buiten het dorp. Ons dorp moet niet spelen, maar toch is er veel volk aanwezig. Van jong tot oud (ongeveer 30 jaar). De kinderen komen op eigen initiatief, ook de kleuters. Ik zie de eerste puberende meisjes en ze zijn behoorlijk opgetut. Een groot deel is er dan ook meer om te praten en te flirten, dan om werkelijk voetbal te kijken.
De ploegen hebben werkelijk een voetbaltenue: T-shirt en short. Het zijn afgedankte uniformen van een andere ploeg denk ik. Verder is hun uniform zelf aangevuld. Sommigen hebben kousen, anderen niet. Voor de schoenen hetzelfde: wie geen sportschoenen heeft, speelt met watersandalen. Ze dragen hier trouwens allemaal ofwel teenslippers ofwel watersandalen. De kinderen ook. Als ze al schoenen dragen, want velen lopen blootsvoets. Kan je je voorstellen dat je blootsvoets een put zou graven? Hier gebeurt dat dus. Ook het voetbalveld is niet wat je je erbij zou voorstellen. Er staan twee goals op, maar daar blijft het dan ook bij. Op de ene helft ligt een heuvel van meer dan een halve meter hoog en door de andere helft loopt een aarden weg. Maar het spel wordt niet minder serieus gespeeld dan bij ons en ook scheids- en lijnrechters zijn aanwezig. Even als een spel opgedeeld in twee helften van 45 minuten. De Senegalese kindjes komen bij ons zitten. Innes beginnen ze heel hard te lachen en te wijzen. Wat is er? Blijkbaar heb ik rood tandvlees in plaats van zwart. En als ik mijn grote donkere moedervlek op mijn zij laat zien, is het helemaal te gek. Verder zie ik ook nog wit, waar ik mijn horloge draag en dat we bruinen door de zon, snappen ze niet. Als de wedstrijd gedaan is, gaat er een hele colonne terug naar het dorp. Enorm indrukwekkend, zo’n mensenstroom! Naast de weg galopperen jongens te paard en trekt een jongen de aandacht door kunstjes te doen met zijn ezel. Wie een paard heeft, gebruikt het dus om naar de voetbal te komen.
Dag 3
In de voormiddag graven we nog 2 putten. De plastiek voor in de put is wel bijna op. Bijkopen is geen evidentie. Deze plastiek voor in de put is wel bijna op. Bijkopen is geen evidentie. Deze is enkel te koop in een stad op 7 uur rijden van hier en de rit kost bijna 20 euro (en is in hun ogen dus erg duur). Alles hangt af van wat Masse beslist dat er moe gebeuren. Gezien we maar 4 schoppen hebben en 2 rieken (waarmee het soms ook lukt om te graven) en 4 Afrikaanse hulpjes, is een deel soms werkloos. We hebben niet meer genoeg stokken over, dus stel ik voor om die alvast met 3 man te gaan halen. Een kwestie van efficiëntie, want toen ik François vroeg of we wel genoeg stokken hadden, zei hij eerst dat we die de volgende dag wel met zijn allen zouden halen. We hebben nog net genoeg plastiek om 1 put te doen. De andere blijft open wachten.
Ik vergat trouwens nog te vertellen dat ze gisteren een boom omgedaan hebben. Deze wierp namelijk te veel schaduw op de tuin en was door zijn hoogte een gevaar voor de omgevende huizen. Wanneer de moestuin aangelegd was, zou het niet meer mogelijk zijn om hem om te doen. Daarom hadden ze de houthakker van het dorp ingehuurd. Een man van een jaar of 60, voorzien van een bijl. De eerste stam lag al snel tegen de grond. Zonder touw of iets, gewoon door de kaptechniek valt deze boom en gronde. De grootste takken worden verwijderd zodat wij verder kunnen werken. Dan komt de tweede stam. Het viel me al op dat deze niet in dezelfde richting kon vallen, omdat al zijn zijtakken aan de andere kant waren. Aan deze kant ligt ons eigen huis, dus dat kan ook niet. Men vertelt ons dat de boom moet vallen tussen het ziekenhuis en de nieuwe kraamkliniek. Er is net voldoende plaats. Maar zonder touw… We staan wantrouwig van op een afstand te kijken. We zouden moeten werken, maar vertrouwen het toch niet helemaal. En dan ineens valt hij, recht op de kraamkliniek af! Hij valt rakelings, perfect tussen de 2 huizen in. Zot! De kranige man van 60 hakt de nog, zonder al te veel pauzes, de rest van de voormiddag de 2 stammen in kleinere stukken. Over vakmanschap gesproken!
In de namiddag willen we Olympische spelen houden met de kinderen. Veel sporten en bewegen! Maar na alle droogte van de afgelopen dagen (geen deftige regen meer sinds vorige donderdag) begint het weer plots hevig te regenen. Regenbuien beginnen hier heel plots en zijn enorm hevig. Ze eindigen zoals ze begonnen zijn. Vaak zijn er ook wel droge pauzes van een minuut ofzo. We moeten ons verschuilen, zingen liedjes en spelen pictionary. Alles staat even onder water en de straten zijn leeg. Ik vind het echt zalig als het zo kei hard regent. Mijn regenjas heb ik wel nog nooit gebruikt. ’s Avonds komt steeds het jong manvolk van het dorp bij ons zitten. We hebben heel wat stoelen op overschot en deze worden gevuld door allemaal zwarte gezichtjes op zoek naar een Belgische vriendin. Iedereen heeft dan ondertussen ook (een al dan niet reëel) vriendje in België. Maar ook dit schrikt hen niet af. We kunnen ook nog een Senegalees vriendje nemen en dat Belgische vriendje hoeft dit toch nooit te weten te komen? Wie me een beetje kent, weet dat dit absoluut niet mijn ding is. Ik ga dan ook vraag vroeg slapen, want ze zetten zich tussen ons in, zodat we niet meer onderling kunnen praten. Deze avond besloot ik toch nog eens men best te doen om een gesprek aan te knopen. Maar het is weer hetzelfde liedje. “Heb je een vriendje?”, “Zou je een zwart vriendje willen?”, “Heb je al seks gehad?” (wtf?) Zeggen dat hun vraag ongepast is, helpt weinig. Ze zijn ook moeilijk uit hun lood te slaan. Als ze dan echt uitdrukkelijk afgewezen zijn, gaan ze naar de volgende. Het nadeel is dat ik steeds meer vantussen muis. Dus nu na bijna 2 weken werken, beginnen ze allemaal hun hoop op mij te vestigen. Help!
Dag 4
De ramadan is begonnen. In Europa is dit 10/08, maar hier wacht men tot men ergens in Senegal de nieuwe maan heeft gezien. Dit was gisteren avond. In Sowane was het bewolkt, maar op de televisie was gezegd dat de maan gezien was. Als gevolg is er ’s ochtends geen brood. De bakkers bakken tijdens de ramadan enkel ’s avonds brood. Ze moeten dus het brood in de stad gaan halen. François (een christen) komt kwaad aan. Ook hij heeft in zijn dorp geen brood kunnen krijgen deze ochtend. We bieden hem aan met ons mee te eten eens het brood er is. Hij heeft nog 2 plastieken van zijn eigen tuin mee genomen. Masse had hem dit gevraagd . Een beetje tegen de zin van François, want dan heeft hij zelf niets meer op reserve. We kunnen nog 1 put dichten. Daarna is het definitief op. We graven nog 2 andere putten, maar deze moeten open blijven liggen. Door de ramadan moeten we het nu zonder hulp stellen. Niet eten is iets, maar niet drinken … Je zou denken dat ze de warmte meer gewoon zijn als ons en dus minder zweten en drinken, maar dit blijkt niet te kloppen. Een feestmaal ’s avonds zoals bij ons, hebben ze ook niet. De ramadan dient om wat geld te sparen en zo hun schulden af te betalen. De radio en de t staan de hele dag op met gebeden. Ze staan op om 5 uur ’s ochtends, want het is al licht om 6 uur. Vanaf 19u35 mag men terug eten.
Met de kinderen doen we het vervolg van de Olympische spelen. Elk balspel eindigt in rugby en we hebben een regel moeten maken dat wie een ander slaagt aan de kant moet zitten en even niet mag meedoen. Wanneer ze dan later terug mee willen doen, moeten ze een hand geven aan degene die ze geslagen hebben. Dit weigeren ze halsstarrig. Ze blijven het hele spel aan de kant zitten. Jawel, het zijn meisjes.
’s Avonds is het weer hetzelfde liedje. Deze keer met succes. Eén van de meisjes gaat ‘wandelen’ met een van onze vaste klanten. Naar eigen zeggen is ze vrijgezel, maar in realiteit houdt ze al 2 jongens elders in de wereld aan het lijntje. Zo geef je natuurlijk hoop. Persoonlijk vind ik dat fout, want je geeft zo hoop en hoewel ze zeggen ‘het is maar voor 1 maand’, hopen ze toch steeds op meer. Ze dromen allemaal over Europa en ze willen niet geloven dat het leven er duur en gedisciplineerd is. Het is voor hen dan ook bijna onmogelijk om naar België te komen. Masse wilt graag een van de mannen die ons nu helpt met de tuintjes mee naar België nemen volgend jaar. Maar blijkbaar is er weinig hoop dat ze een visum te pakken krijgen. Masse heeft zelf een speciaal paspoort voor ontwikkelingswerkers. Maar de rest krijgt vaak pas na 2 jaar een visum, al is het maar voor 2 weken. Hard eigenlijk. En ik weet dat er al genoeg illegalen zijn. Maar ik weet ook hoe geïrriteerd we zelf zijn als we ook maar een beetje moeite moeten doen om een visum te krijgen. We voelen ons afgezet als we 30 euro moeten betalen en vinden dat we geen rechten hebben als we ergens niet naartoe mogen.
Dag 5
Vandaag hebben ze aan het brood gedacht. Het water is wel bijna op, dus het is spaarzaam zijn. De nieuwe baches zijn nog niet gearriveerd. Aan de tuin kunnen we dus niet verder werken. We moeten de ‘oude school’ gaan kuisen. De 3 oude schoolgebouwtjes liggen vol zand en stro. Het is een heel karwij om het weg te halen. Met scheppen en handborstels gaan we aan de slag. Deze handborstel is een bundel takken met een touwtje rond. Het is enorm lastig werk. Hoe is al dat zand daar eigenlijk gekomen? Blijkbaar hebben ze in juli het dak vervangen en het zand dat in het strooien dak was verzameld door de jaren heen, was hierbij naar beneden gekomen. Dit was ondertussen nog niet opgeruimd en gezien we even werkloos zijn mogen wij de klus klaren. Daarna kunnen we ons klaarmaken om op weekend te vertrekken.
Nog enkele weetjes:
Maandag was Dégène jarig (de zus van Masse). Daar hoort natuurlijk een feestje bij! Aldus dat denken wij. Ze doen hier eigenlijk niet zo aan verjaardagen. De meesten vergeten zelfs hun eigen verjaardag! Maar omdat wij toebabs er zijn, houden ze wel een feestje. Dit vindt natuurlijk plaats bij onze hutjes. Ik vind het een beetje fake, want het is in seine gezet voor ons. Maar de jongeren van het dorp vinden het wel fijn. Ze zien de toebabs graag eens dansen.
Een ander fenomeen is de moeder van Masse. In eerste instantie heb je medelijden met haar. Ze heft lepra gekregen toen ze 18 was. Haar handen zijn stompjes, haar voeten zijn kort en misschien nog het ergste van al: ook haar gezicht is aangetast. Haar bovenlip hangt steeds naar onder. Deze doet ze soms terug naar boven met haar stompachtige handen. Ook haar ogen zijn aangetast en je zou de indruk krijgen dat ze niet ziet. Maar de ervaring zegt het tegengestelde. Je zou moeilijk anders kunnen dan medelijden hebben. Maar in hetzelfde huis woont een meisje ‘Zorna’. Ze is een jaar of negen en wees. De moeder van Masse roept steeds op haar om van alles te doen. Zorna geeft steeds te kennen dat ze het gehoord heeft, maar voor ze zich zelfs maar in haar richting kan bewegen, roept de mama al een tweede maal… en een derde maal. Ze gebruikt Zorna zo als haar slaafje dat we er vies van worden. Verder blijkt ze op alles en iedereen te schelden, aldus de jonge mannen die bij ons helpen. Zo wordt medelijden al direct een pak moeilijker…
Brieven uit Senegal – Deel 4 (09/08/10)
Uit: Brieven aan Stijn - Deel 4
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
2 opmerkingen:
waar komt deze opeens vandaan?!
Gewoon, uit de omslag. Waar kwam ineens de tijd vandaan om hem te typen, dat is meer de vraag. Er is nog een deel 5 en 6 ook. Maar dat is voor nog later...
Een reactie posten