
Na onze fijne ervaring van een week terug huurden we nog eens een fiets. De bestemming: 20 km naar het noorden een vissersdorpje. De weg begon goed met een brede baan net 3 baanvakken en een fietspad, maar al gauw bleek de weg hier werkelijk "under construction". Met onze mountainbike geen probleem en best wel interessant. Want hier zag je aan de kant ook veel vrouwen met zware dingen zeulen. Over het algemeen hebben de chinezen toch een vrij sterk rollenpatroon, maar hier bleek dat te vervagen. Inschatten waar het dorpje juist is, is altijd moeilijk. Zelfs wanneer er slechts 1 dorpje op de kaart staat, staan er overal huizen en zijn er kleine woonkernen. Op de klok gezien, wisten we wel dat het ongeveer een uur rijden zou zijn eer we moesten afslaan.
In het dorpje was een soort van marktje aan de gang of eigenlijk gewoon de winkeltjes die hun oppervlakte uitbreiden op straat. Ik heb een zakje echte Chinese thee gekocht en een strooien hoed (die helaas een beetje klein is voor mijn groot westers hoofd, maar wel zalig veel schaduw biedt). Op het einde kwamen we een marktplaats tegen waar allerlei venters hun kraam met mobiele keuken opgesteld hadden met kleine tafeltjes en lage stoelen. Hier kon je waarschijnlijk voor niet veel geld je buikje vol eten. Maar ik moet zeggen dat dit soort dingen er vaak niet erg lekker uit zien. Wanneer het wel te eten lijkt, probeer ik het wel eens. Maar vandaag dus niet.
Daarna kuierden we wat verder uit het centrum. Eens je zo uit het toeristische deel bent, zien de huizen er vaak doods uit. Of het komt omdat de mensen op het veld zijn of door de stadsvlucht, dat is niet helemaal duidelijk. Het gebrek aan ramen (om de zon buiten te houden) kan er ook voor iets tussen zitten. Het is altijd wel een beetje naar, alsof deze delen dood zijn. De mensen die je tegen komt, staren je ook altijd aan als "verdwaalde toerist", terwijl we gewoon op zoek zijn naar het leven in China naast het toerisme. Dat bracht ons bij de rijstvelden. Van dichtbij had ik er nog geen gezien deze reis. Ze zijn echt prachtig: ze creëren zalige groene vlaktes en de chinezen met hun hoedjes die er in staan, maken het helemaal af. Alleen snap ik het concept niet goed. Het ziet eruit als gewoon hoog gras en ze snijden er planten uit die ze op een wagen gooien. Maar zelfs aan deze planten valt niet echt iets dat op rijst lijkt te zien. Ik zou graag eens zo een rijstplant pikken om het van naderbij te bestuderen, maar de chinees is nooit ver weg, dus dat is nog niet aan de orde. Overal zie je ook mensen met hun koe of hun varken wandelen. Best wel grappig om te zien, waarschijnlijk het enige dier dat ze hebben.
Daarna trokken we door naar het meer. Niet zo eenvoudig, want desondanks zijn grote is het geen toeristische attractie. Enkele plaatselijke fietsers volgend, in de richting waarvan wij dachten dat het meer lag, geraakten we er dan toch. Wederom idyllisch! Mensen tot aan hun knieën in het water, precies planten aan het zoeken, langwerpige boten die bestuurd worden met lange stokken en chinezen met strooien hoed, die over hun boot hangen om planten te plukken en vissers die hun netten leeg maken. Er zijn kleine inhammen om de boten aan te leggen en overal slootjes die het water van de rijstvelden afvoeren. Verder is er niets, want komt er ook niemand. Rust.
Op de terugweg, namen we een andere weg, die duidelijk opnieuw aangelegd was en meer bereden. Veel getoeter dus, want terwijl wij als fietsers, vrouwen met manden en grote pakken rieten stengels op de rug, probeerden voorbij te steken, waren er natuurlijk bussen die de rokende vrachtwagens wouden voorbij steken. Uit deze laatsten komt namelijk een gitzwarte rook, die nog erger wordt als ze berg op rijden. Ik betwijfel of chinezen die Kiotonorm halen.
We passeerden nog een leuk marktje met allemaal Chinese spullen en enkel chinezen. Ze verkopen er ook enkel wat de echte chinees nodig heeft. Thermossen dus, om hun eeuwige thee in te bewaren. En wederom waren ze niet echt met de verkoop bezig, er was zelfs iemand aan het slapen aan het tafeltje van haar kraam. Nog iets raar: hier heb je kappers en schoenmakers op de markt en die worden werkelijk gebruikt. Vandaag was er wel veel vlees aanwezig op de markt en daar zwermden natuurlijk massa's vliegen rond. De stukken zijn ook zo groot dat je, desondanks het feit dat het geslacht is, je nog steeds kan zien wat het is. Ieuw.
Tot slot besloten we nog een tweede dorpje te bezoeken. Zo eentje dat niet op de kaart stond. Over een aarden weggetje tussen de rijstvelden, bereikten we het hoopje huizen. Meer dan huizen was er niets te zien: niemand op straat, geen winkels, geen leven. Op zoek naar het meer, voor een tweede uitzicht, zagen we nog wel enkele vissers. Het leven in deze dorpjes is niet te vatten.
Nog een leuk weetje: men droogt hier de vis op de baan. Men legt hier lange witten en blauwe netten, gewoon op de weg en daarop worden de vissen gedroogd. En je zou het hier niet verwachten, maar alle chinezen rijden er braaf rond. Natuurlijk gaat het niet om de drukken wegen, maar toch.
Verder worden zware lasten met het hoofd gedragen in plaats van op de rug. Manden bedoeld om naar de markt te gaan, die gaan gewoon op de rug, maar wanneer je er een bidon water of een hele hoop riet in vervoert, dan wordt die met een koord rond het voorhoofd gebonden en dan herleid naar de mand op de rug. Het ziet er pijnlijk uit. Niet alleen jonge mensen, maar des te meer oude vrouwen, gebruiken deze techniek. Zot.
Zoen!
Dag 16: Dali (15/07/09)
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten