Kroatië

Economische verschillen

Het begon allemaal erg grauw en mistroostig. Met stalen verroeste tankstations, huizen in snelbouwsteen en zonder ramen, tal van oude auto’s, een knorrige douane. Het land zag er arm uit en vooral de staat van vele huizen deed een bepaalde armoede vermoeden. Ons eerste hoteletje vlak bij de Plitvic meren was veruit het knuste van de hele opgeving. Het huis was beplaasterd (wat daar dus al eerder uitzondering dan regel was), verzorgd en netjes ingericht. Het grootste deel van het huis werd echter bezet door gasten. Slechts een beperkt deel van de bovenverdieping en de ruime living deden dienst voor de bewoners zelf. Ook hun terras en de tuin werden bezet door hun bezoekers. Door hun zithoek liepen de mensen naar het terras achteraan het huis. Niets privacy. Alles was in dienst van hun gasten, hun inkomst. En zo te zien was dat geen slechte inkomst, maar ze deden buiten het kuisen van de kamers, wel alles zelf. De bediening aan het ontbijt, de “receptie”, het verkopen van drankjes ’s avonds. Wat wij zouden uitbesteden, deden zij zelf.

The graveyard

Op onze avondwandeling ontdekten we iets vreemd. Net een bosweg ingeslagen, zagen we ongeveer 200 meter verder ineens tussen de struiken een graf verschijnen. Een beetje nieuwsgierig naar dit graf in de wildernis, gingen we een kijkje nemen. Bij dit graf aangekomen na een tocht door het hoge gras en het overvloedige onkruid, zagen we nog andere graven. Veel oudere graven, familiegraven (waarop al namen van mensen stonden waarbij de sterfdatum nog aangevuld diende te worden), omgevallen graven, graven tussen hekken, graven van turken. Allemaal door elkaar geschikt tussen de struiken van het bos. Geen paadjes, geen nette rijen, maar gewoon hier en daar neer gepland, daar waar een dierbare kon rusten tussen de begroeiing van de helling. Het deed een beetje vreemd aan, zo een graf in het bos. Waren dit mensen die niet op de gewone begraafplaats terecht konden? Was er een rede waarom deze mensen hier zo in de “achtertuin” van het gehucht gelegd waren? Konden ze omwille van hun geloof niet terecht op het gewone kerkhof? Het was duidelijk aan de ouderdom van sommige stenen, dat hier al lange tijd mensen begraven werden. Anderzijds was het aantal graven eerder beperkt. Het was moeilijk te overzien, omdat ze zo verspreid lagen en zo door elkaar dat ik niet eens weet of ik ze allemaal gezien heb, maar het leken me er niet meer dan 40 te zijn.
De volgende dag aan het ontbijt vroeg ik daarom aan onze gastvrouw wat nu net de betekenis was van deze begraafplaats. Ze keek me een beetje vreemd aan. Wat bedoelde ik? Toen ze het begrepen had, kon ze ons vertellen dat het de gewoonte was om in de tal van kleine gehuchten die Kroatie kende, hun doden zo aan de rand van het dorp te begraven. Het is namelijk zo dat deze gehuchten geen kerk hebben en ze daarom deze alternatieve begraafplaatsen hebben ingericht. Het bleef een beetje vreemd om uw doden zo in het bos te “dumpen”. Maar anderzijds kon ik me wel indenken dat deze verlaten plek, meer de gelegenheid biedt om te rouwen, dan een met graven ingericht park zoals wij kennen.

Landschapsverschuiving

De volgende dag verdween mijn beeld van het mistroostige land, naar het mistroostige land met zijn prachtige plaatsen. De eerste dagtocht voerde ons naar de Plitvic meren. Deze zijn een aaneenschakeling van meren die in terrasvorm gelegen zijn en in elkaar overgaan via tal van watervallen en schakelmeertjes. Van hoog naar laag vergleed de keur van de meren van donker groen naar helder turquoise en de weelderige begroeiing maakte dat elke aangelegde tuin bij dit reservaat verbleekte. Ik denk dat de foto’s meer kunnen vertellen met beelden, dan ik met woorden. Maar elke plek op zich was prachtig: de rotspartijen, de watervallen, de planten en de kleur van de meren. Kroatie had me betoverd.

Hierna zette we onze tocht verder naar het zuiden. Het landschap veranderde en werd droger. Er kwamen meer bergen en minder begroeiing, maar het landschap bleef adembenemend. Wat de dag ervoor nog mistroostig leek, paste nu meer in het plaatje. Het ruwe, droge, maar bergachtige kroatie. Een trektocht idee?
Na het verlaten van de autosnelweg, naderden we de zee. Deze zou de naam azuurkust echt waardig zijn. De zee, waarvan je zo vaak vermoedt dat ze bijgekleurd is op de postkaartjes, kleurt werkelijk zo prachtig. De vele baaien en de huizen vlak aan de zee maken het hier erg gezellig. Wel brengt het erg smalle en stijle weggetjes met zich mee. Maar na het doen van de boodschappen leken we hieraan al wel gewend. Het is duidelijk een ander land dan dat ik al gezien heb. De sfeer is hier ook anders en de armoede blijft groot. Maar het is mooi, zo waar een sprookje. Ik denk dat Kroatie mijn hart gestolen heeft.

In tegenstelling tot wat wij in onze noordzee gewoon zijn, zat de baai vol met vissen. Wel 20 soorten kwam ik tegen op mijn dagelijkse zwemtocht. Allerhande kleuren en vormen. Nooit ech héél erg groot, maar vaak in scholen en gewoon leuk om te zien. De meesten waren weinig schuw en zochten, zo dacht mijn broer, soms zelfs bescherming bij ons, de grote vissen’.

Buiten de tal van dorpjes rond een baai zoals het onze, kende de kustlijn ook enkele echte toeristische steden zoals je die wel kent vanuit zuid frankrijk. Meer souvenir winkeltjes dan goed is voor menig toerist en altijd een mooie aanlegplaats voor de vaak wel erg chique boten. Van het meer armoedige Kroatie is daar geen spoor meer te bekennen.

Bosbrand

Op een dag was er geen elektriciteit in ons appartementje. Gezien de stroom al wel eens eerder uitgevallen was, maakten we ons in het begin weinig zorgen, maar toen het langer bleek te duren, gingen we eens horen bij onze onderburen. Nu bleek dat ook het water afgesloten was, gezien er iets verder op een “open fire” aan de gang was en er men daarom voor de bluswerken zowel stroom als water afgesloten had. Hoe lang dit nog zou duren, kon men ons ook niet vertellen. Het verklaarde wel de vele vliegtuigjes die over de heuvel aan de overkant van de baai een bocht kwamen maken. Mijn papa had ze al water zien scheppen uit de zee. Maar terwijl het hele dorpje rustig bleef over deze, naar onze veronderstelling, bosbrand, waren wij Belgen er toch niet zo gerust op en vroegen we ons af wat de beste vluchtweg was en of we nu echt nergens dikke zwarte rook zagen opstijgen. Gelukkig was dit niet het geval (want volgens mij is het dan al wel weer een beetje te laat) en ging na een uur of 4 van ‘ontbering’ (het was ondertussen al gaan schemeren) onder een luid ‘hoera’ geroep van de inwoners van het dorp de elektriciteit weer aan.

Het was zeker de moeite waard. Het noorde kende nog veel gelijkenissen met Slovenië, maar des te zuidelijker we gingen werden de verschillen met wat ik tot nu toe kende toch groter. Hoewel het op het eerste zicht misschien niet erg armoedig is, bemerk je al snel dat men toch veel van ons comfort moet inboeten. In ruil voor wat? Ik denk gezelligheid. De mensen leven hier meer samen, doen meer samen: gezellig op het strand zitten, de nieuwe boot naar zijn aanlegstijger brengen, ’s avonds een terrasje doen, ... Misschien zou ik dat ook wel willen ruilen voor 2 stroompannes per week...

Zoen!

Geen opmerkingen: