Senegal 2010


In augustus zal ik een maand verblijven in een ex-lepradorp in de context van een Bouwordekamp. Vandaag was het eerste kennismakingsmoment: zowel in groep als met de projectverantwoordelijke. De eerste stapjes werden gezet en het verhaal is begonnen. Zo ook hier: wie, wat, waar, wanneer en vooral: waarom?

Vroeger (1820) werden de leprapatiƫnten in Senegal samen gebracht in dorpen waar ze in isolement leefden. Net zoals dat elders het geval was, zorgde er niemand voor hen en werden ze aan hun lot overgelaten. Het was zelfs zo erg dat ze helemaal geen rechten hadden en zelfs niet bij de Senegalese bevolking geteld werden. Sinds halverwege de 20ste eeuw zijn organisaties gelijkende op de pater Damiaan actie zich beginnen bekommeren om deze lepradorpen. Dit hield in dat ze eten en windels dropten in de buurt van de dorpen. Echte verzorging daar en tegen was er nog steeds niet. De NGO waar ik nu bij gaat werken, ontfermt zich over deze dorpen en wilt de re-integratie van deze bevolking bevorderen. Het is namelijk zo dat dit soort dorpen door ruim anderhalve eeuw van isolement een enorme achterstand opgelopen hebben. Toen de NGO in het dorp waar ik ga werken (Soan) aankwam, bleek er werkelijk niets te zijn. De mensen sliepen op straat, er was geen verzorging, geen onderwijs, ... Daar is gelukkig dankzij de NGO ondertussen al veel verbetering in gekomen. Op meerdere vlakken wordt er gewerkt aan een betere toekomst van het dorp:

Woningen: De NGO heeft zich (en nu nog steeds) bezig gehouden met het bouwen van woningen. In eerste instantie woonden namelijk de meeste mensen op straat. Het idee hierachter is dat mensen een plek nodig hebben om 's nachts goed te kunnen slapen, zodat ze overdag op hun werk of op school ook goed kunnen functioneren. De laatste jaren worden deze woningen gezet met zelf gemaakte bakstenen (de NGO heeft een studie betaald om te zien met welke samenstelling van grondstoffen ze een duurzame steen voor het tropisch klimaat konden maken), waardoor het huis extra goedkoop is. Verder worden deze gezet door vaklieden die een opleiding gekregen hebben bij de NGO.

Microkrediet: Een veel besproken term de laatste jaren, maar ook hier blijkt het te werken. De NGO heeft een aantal toestellen en attributen die de bewoners van het dorp kunnen gebruiken, maar waar ze ook een kleine bijdragen voor moeten doen. Zo zijn er bijvoorbeeld karretjes om achter een ezel te spannen, waarmee ze dingen naar de stad kunnen vervoeren. Eens ze terug zijn van hun tocht en inkomsten vergaard hebben, dienen ze een kleine bijdrage te doen voor het geleende karretje. Zo werkt het ook voor de tractor en de graanmaalmachine. Deze laatste wordt zelfs onderhouden door 2 vrouwen. Deze twee vrouwen worden hiervoor betaald. Iedere dorpsbewoner die zijn graan wilt malen, doet een kleine bijdrage (minder dan 1 eurocent). Hiermee wordt de machine onderhouden en de vrouwen betaald. Ook heeft Masse (de man achter de NGO) naar eigen zeggen een 'Aldi' opgericht. Alle voorwerpen die bv. vrijwilligers meenemen om uit te delen, worden hier tegen dumping prijzen verkocht. Het draait gewoon om het principe dat men gewerkt moet hebben om iets te krijgen en men het niet krijgt door niets te doen en te bedelen.

Onderwijs: De NGO heeft sinds een jaar een schooltje gebouwd in het dorp en heeft aan de overheid leerkrachten gevraagd. Masse beweert dat alle kinderen van het dorp nu naar school gaan. Het betreft weliswaar enkel lager onderwijs. Voor verdere studies moeten ze naar een stad een beetje verderop. Omdat de kinderen zich meer zouden kunnen bezig houden met hun studies i.p.v. op de bus te zitten, heeft de NGO een internaat gebouwd in de stad van de school, zodat de kinderen daar door de week kunnen blijven en enkel in het weekend naar huis moeten. Voor hoger onderwijs biedt de NGO een soort van beurzen aan. Ze werken ook met het principe van het microkrediet. De NGO betaalt de studies van de jongere. Wanneer deze zijn diploma heeft en werkt, betaalt hij zijn studies terug en zo komt er weer geld vrij voor het betalen van studies van andere jongeren. Dat menig jongeling dan misschien wel eens zou verdwijnen wanneer hij zijn diploma heeft, daar is aan gedacht. Er wordt dan ook een soort van contract afgesloten (samen met politie en bank), waarin de jongere tekent zijn studies terug te betalen. Blijkbaar kunnen ze hiermee via de werkgever het geld opvorderen. Ook is het zo dat de NGO enkel betaalt voor studies waarin werkgelegenheid is. Masse benadrukt dat de jongeren moeten kunnen studeren wat ze zelf willen. Indien ze dan kiezen voor studies zoals informatica, zal hij hen zeggen dat de NGO hiervoor niet betaalt, omdat er nu eenmaal geen toekomst in is in Senegal. Hij wilt de jongere niet verplichten iets anders te doen, maar hoopt dat ze zelf tot het inzicht komen dat ze beter iets anders kiezen. Uiteindelijk is het de bedoeling om meer verpleegkundigen en onderwijzers van het dorp zelf te hebben.

Wezen: Ook dit is een veelbesproken onderwerp. Wanneer een kind beiden ouders verliest en er geen familie is om voor hen te zorgen, probeert Masse een pleeggezin voor hen te vinden. Hij is er namelijk van overtuigd dat het niet goed is dat alle wezen samen gezet worden in een weeshuis. Hij acht het van belang voor hun ontwikkeling, dat ze in een gezin opgroeien. Omdat het natuurlijk niet evident is dat een gezin, dat al amper zijn eigen kinderen kan voeden, er nog een vreemd kind bij neemt, betaalt hij het eten en het onderwijs van deze kinderen. Dit werkt met een soort van "foster parent"-systeem. Voor andere kinderen die zonder ouders vallen en die meer een gezin vormen, wordt er soms voor een woning gezorgd, zodat ze goed kunnen slapen en hun studies niet moeten verwaarlozen.

Rusthuis: Omdat een deel van de plaatselijke bevolking nog steeds de tekenen van lepra draagt (vaak afgevallen handen en voeten), daardoor niet in staat is om te werken en overigens geen familie heeft, heeft de NGO een soort van rusthuis gebouwd. Deze mensen woonden namelijk vroeger op straat en leefden van wat ze konden bedelen. Nu zijn al deze mensen verzameld in een rusthuis (veel meer dan een carport waaronder ze naast elkaar kunnen zitten en liggen, moet je je er niet bij voorstellen) en verzorgd door een verpleegster.

In deze NGO gaan wij nu fruitbomen aanplanten, omdat de bevolking er te eenzijdig eet en er op deze manier een aantal ziektes kunnen vermeden worden. Er is een machine aanwezig om fruit tot confituur te verwerken (op zonne energie). Het is niet de bedoeling dat men deze confituur gaat doorverkopen, wel dat men extra vitamines binnen krijgt, door het eten van fruit. De kinderen met wie we ons zullen bezig houden, zijn voornamelijk de hierboven besproken weesjes, om op deze manier hun kansen te vergroten.

Als je dit allemaal hoort, zou je je inderdaad beginnen afvragen of er geen plaatsen zijn die deze hulp beter zouden kunnen gebruiken. Maar het is me duidelijk geworden dat enerzijds een deel van de realisaties nog zeer recent is en het nog een tijd zal duren eer ze werkelijk hun vruchten afwerpen. Anderzijds is het plaatje nog niet compleet. Zo zal bijvoorbeeld een andere groep van de Bouworde zich bezig houden met het bouwen van een materniteit, om zo de kinder- en moedersterfte naar de toekomst toe te beperken. Er is dus nog tijd nodig, maar het lijkt wel op een duurzame toekomst af te stevenen.

Inne

0 reacties: